stichting
Profit for the World’s Children
© PROFIT FOR THE WORLD’S CHILDREN, december 2001
Bezoekadres: Kleverlaan 12, Haarlem
Postadres: Postbus 656, 2100 AR Heemstede
telefoon: (0031-) 023 5291016
email: pwc@freeler.nl
Dit rapport is mede mogelijk gemaakt door:
Save
the Children
Ecpat
Nederland
Stichting
Kinderpostzegels
Demon
Internet
Met dank aan:
Hans Verleur (foto omslag)
Uriel Nieuwenburg (omslag)
English Text Company (vertaling)
Copy Copy Haarlem (reproductie)
‘Best als
iemand zich onherkenbaar en anoniem houdt, maar als hij strafbare feiten pleegt
dan heeft hij dat recht niet meer.’ (een officier van justitie)
‘Pedofilie is de gevaarlijkste virus op de elektronische
snelweg. Het kan de menselijke waardigheid doden. Het kan de vrijheid doden.
Het kan Internet zelf doden.’ (H. Yushkiavitshus, onderdirecteur Unesco)
‘Internet wordt de belangrijkste factor bij seksueel
misbruik van minderjarigen, en het belangrijkste middel bij de uitwisseling van
kinderporno’. (A. Fourier de Saint Maur, Interpol)
‘Internet
is doordrenkt met kinderporno. De enige echte oplossing is het Internet met een
grote ketting erom in zee gooien en opnieuw beginnen.’ (een deskundige van de
politie)
‘Children die, go missing or suffer from
sexual abuse as a result of encounters on the Internet’
‘There
is a large and growing quantity of child pornography on the Internet’
(Expert-conference
Interpol en ECPAT Int., Lyon ’98)
WOORD VOORAF
Dit rapport is tot stand gekomen dankzij de gesprekken met, en hulp en
suggesties van, deskundigen bij politie, justitie, de overheid, diverse
organisaties, hulpverlening en de Internet-branche. Wij willen op deze plaats
iedereen danken voor hun bereidheid, hulp en betrokkenheid. Zonder hen was dit
rapport nooit tot stand gekomen.
Er bestaan een paar rapporten met veel en duidelijke informatie over de
problematiek rond kinderpornografie. Deze staan genoemd in de literatuurlijst.
Dit rapport is uniek omdat het zich richt op kinderpornografie en Internet in
Nederland, waarbij de keuze is gemaakt voor het zichtbaar maken van knelpunten
en tegenstrijdigheden, en het doen van aanbevelingen.
De informatie up-to-date op 5 december 2001.
Inleiding
Profit for the World’s Children…………..….5
1. Het
Internet….……………………………..…...…6
2. Wat is
kinderpornografie ………………………….8
3. Kinderen en
Internet, overige problemen…………12
4. Melden van
kinderporno……………………….…13
5. De
politie…………………………………………15
6. Het Openbaar
Ministerie…………………………17
7. De
GVAK………………………………………...18
8. De rechter, het
vonnis…………………………….19
9. Internet
Providers……...…………………………22
10. Regering………………………………………….27
11. Nederlandse
wetgeving…………………………..28
12. Internationaal…………………………………….30
13. Kinderen, preventie
en hulpverlening……………33
14. Samenvatting en
conclusie……………………….36
Tot
slot………..………………………………………41
Summary
(English)…………………………………...44
Literatuur……………………………………………...48
Lijst
met afkortingen………………………………….49
Informatie Profit for the
World’s Children…………...50
INLEIDING
Internet: het medium van de toekomst, het antwoord
op deze tijd. Internet: daar is nog vrijheid, lekker anoniem, daar kun je
zonder schroom jezelf zijn. Internet:
waar helaas ook ongestraft de mensenrechten worden geschonden.
Een van deze misdaden is kinderpornografie. Met
behulp van Internet wordt kinderporno verspreid, vervaardigd, verhandeld.
Worden tips en suggesties doorgegeven, en kunnen liefhebbers wereldwijd elkaar
gemakkelijk vinden en communiceren. De titels van de nieuwsgroepen zijn
veelzeggend op dit gebied: alle mogelijkheden van seks met kinderen staan
vermeld, gewoon tussen de andere ‘leuke’ hobbies als onderwatersport of
wandelen. Bijvoorbeeld ‘sex.pedophilia.children’. En wat te denken van de
nieuwsgroepen met afbeeldingen: ‘erotica.babies’. Of ‘erotica.bestiality.preteens’,
‘erotica.fetish.diapers’, ‘lolita.fucking’. Achter ieder plaatje is een kind
dat misbruikt is. Een leven dat vernietigd is. Weliswaar zijn de meeste van
deze nieuwsgroepen in Nederland afgesloten, maar de titels staan er nog steeds.
En dat zegt iets over de mate waarin kinderporno op Internet nog steeds wordt
geaccepteerd, ondanks het feit dat het strafbaar is. De meeste mensen zeggen:
wat kunnen wij eraan doen, of: het is een kwestie van smaak. Of: ach, het valt
toch wel mee.
Profit for the World’s Children vindt dit
onacceptabel. Het is ons aller verantwoordelijkheid om dit niet langer te
tolereren. Natuurlijk is er de laatste paar jaar veel aandacht besteed aan de
bestrijding kinderpornografie. En er zijn vele internationale intentieverklaringen
afgelegd. Ook is er daadwerkelijk veel verbeterd. Maar het probleem bestaat nog
steeds.
Uit ons vooronderzoek is gebleken dat er veel verschillende meningen
bestaan over bestrijding en preventie. Profit for the World’s Children heeft
daarom besloten als eerste stap een rapport maken, dat inzicht geeft in de
huidige stand van zaken rond kinderporno en Internet in Nederland. Hierin
worden de knelpunten naar voren worden gebracht en aanbevelingen gedaan.
Vervolgens zal het rapport dienen als basis voor verdere acties ter bestrijding
van kinderpornografie op Internet, zie pagina 43.
Een willekeurige greep
uit de nieuwsgroepen met afbeeldingen op Internet.
-
alt.binaries.pictures.black
female teen
-
alt.binaries.pictures.child.erotica.female
-
alt.binaries.pictures.child.erotica.male
-
alt.binaries.pictures.child.erotica.starlets
-
alt.binaries.pictures.erotica.babies
-
alt.binaries.pictures.eroticabestiality.preteens
-
alt.binaries.pictures..erotica.child.female
-
alt.binaries.pictures.erotica.child.male
-
alt.binaries.pictures.erotica.children
-
alt.binaries.pictures.erotica.early
teens first hair
-
alt.binaries.pictures.erotica.fetish.diapers
-
alt.binaries.pictures.erotica.japanese.schoolgirls
-
alt.binaries.pictures.erotica.rape
-
alt.binaries.pictures.erotica.schoolgirls
-
alt.binaries.pictures.erotica.spanking
schoolgirl
-
alt.binaries.pictures.erotica.teen
(in vele variaties)
-
alt.binaries.pictures.erotica.lolita.fucking
1. HET INTERNET
Internet is een internationaal netwerk van computers. De kern wordt
gevormd door een aantal computers die continu in verbinding staan met zeer hoge
snelheid-verbindingen. Je kunt je hierop aansluiten via een Internet service
provider of Internet access provider (verder provider genoemd). Het Internet is
ruim dertig jaar geleden ontwikkeld als een netwerk voor het Amerikaanse
Ministerie van Defensie; maar in de jaren ’70 en ’80 zijn er verschillende
andere netwerken aan gekoppeld, met name op het gebied van research en
universiteiten. Dat ging samen met zeer snelle ontwikkelingen van de technische
mogelijkheden van computers. Vanaf die tijd is het Net geheel veranderd en
publiekelijk toegankelijk geworden – en bijzonder snel gegroeid. Het opheffen
in ’91 van de restrictie dat het Net niet gebruikt mocht worden voor het maken
van winst zorgde voor een enorme commerciële vlucht. Waar de belangstelling van
het publiek ligt is duidelijk: 90% van het huidige Internet verkeer (dat wil
zeggen 90% van de bandbreedte, niet 90% van de gebruikers) bestaat uit porno
(onderzoek uit ’99)[1].
In principe is er niemand die het Internet ‘beheert’, het staat op
zichzelf en wordt in stand gehouden door de verbindingen die er zijn en gemaakt
worden. Er is wel een aantal organisaties die zich intensief met het opzetten
hebben beziggehouden, er is een organisatie die domeinnamen beheert; en een die
zich bezighoudt met de technische eisen. Uiteraard is de gebruiker wel
onderhevig aan de wet van het land waar hij zich bevindt, maar door het
internationale karakter van het medium is die wet vrij gemakkelijk te omzeilen.
In feite zijn er drie industrieën betrokken bij Internet: de
computertechnologiebranche, de leveranciers van Internetdiensten (bv.
providers) en de telecommunicatiebranche (zij verzorgen de technische
mogelijkheid om de boodschap te versturen).
Internet is niet bedoeld voor kinderen, en het is zeker geen
‘kinderoppas’. Als je kinderen op een gevoelige leeftijd zijn en je laat ze
alleen on-line, dan ben je een slechte ouder (zegt de beroemde Rough Guide voor
Internet). Natuurlijk is er veel materiaal geschikt voor alle leeftijden, maar
risicodragend materiaal zit nooit verder dan een muisklik. En dan hebben we het
niet alleen over kinderlokkerij, seks, geweld, racisme, maar ook praktische
zaken als ‘recepten’ voor het maken van bommen[2].
Er wordt wel gezegd dat het Net een enorme politieke macht in zich
draagt; met de potentie om regeringen en grote organisaties omver te halen.
Uiteindelijk zal de macht dus bij het volk komen te liggen, zo zeggen sommigen:
een nieuwe democratie. Als dit zo is, dan is het eens te meer noodzakelijk om
uit te maken wat er wel en niet geaccepteerd wordt op het Net en hoe misdaden
efficiënt bestreden kunnen worden. Net als in de ‘gewone’ maatschappij maakt de
macht van geld op dit moment de dienst uit, ten koste van mensenrechten.
Vrijheid van meningsuiting wordt gezien als het hoogste goed van het Net.
Uiteraard is dit een groot goed, dat ook leidt tot openheid van zaken die
anders verborgen zouden blijven. Maar er is een grens tussen vrijheid van
meningsuiting en misdaad.
Internet is een spiegel van de maatschappij. Mensen voelen zich daar
anoniem, ongezien, en durven dus meer dan ze in het dagelijks leven zouden
doen. Het kan schokkend zijn om te zien wat er leeft (hoewel niet nieuw voor
degenen die goed om zich heen kijken). Het is dus des te belangrijker dat
iedereen zich uitspreekt, dat mensen die ergens tegen zijn dat ook laten horen.
Alle gebruikers van het Net zullen zich in dat geval moeten realiseren dat
aansluiting op het Net betekent dat je je in een maatschappij begeeft waar je
stem nodig is. Dat betekent in dit concrete geval: kinderporno niet tolereren.
Voorbeelden van
advertenties op Internet[3]
Subject: Child Sex WANTED
From: Rjhags wef <rafaelsc@nutecnet.com.br>
Date: 1997/01/01
please send me pics and
videos with nude children or children having sex
Subject: I am looking for small children to have sex
From: jerryy@slip.net (Jerry )
Date: 1997/01/27
I am looking for small
children to have sex with from ages 6-9, boys & girls. I will pay big!
Thanks. Jerry
“Ik zou willen dat ik
vijf minuten zendtijd van Nova kreeg om uit te leggen wat kinderporno is”, zegt
iemand. “Mensen hebben geen idee hoe gruwelijk het is. Daar kunnen ze zich geen
voorstelling van maken.” Ik bel met de zedenpolitie om te achterhalen van wie
die uitspraak is. “Van de hoofdinspecteur”, zegt een stem.[4]
2. WAT IS KINDERPORNOGRAFIE
Volgens de wet bestaat strafbare kinderpornografie uit (een)
afbeelding(en) van een seksuele gedraging, waarbij kinderen betrokken zijn (nu
nog tot 16 jaar; na de wetswijziging in 2002 18 jaar).[5]
De seksuele gedraging wordt gerelateerd aan het karakter en de context van de
afbeeldingen.
In een ruimere definitie spelen naast de objectieve gegevens (de wet en
de aard van de handelingen) uiteraard ook subjectieve gegevens een grote rol
(de intentie van de producent, de intentie van de handelaar en de beleving van
de consument en zijn interpretatie als kijker). Hierdoor kan het zijn dat wat
voor de een lustopwekkende kinderporno is, voor een ander gewoon afbeeldingen
van kinderen vormen.
Kinderpornografische beelden kunnen variëren van ‘onschuldige’ foto’s
van naakte kinderen, tot zeer grof sadistisch misbruik. Het kan gaan om
kinderen alleen, kinderen met elkaar, één dader, meerdere daders, gebruik van
dieren. Alles bestaat. De leeftijd van kinderen varieert. Er zijn al
afbeeldingen gevonden van kinderen van enkele maanden oud.
Als we spreken van kinderporno is het belangrijk om te beseffen dat er
meerdere strafbare feiten zijn: allereerst uiteraard het misbruiken van een
kind; daarnaast de vervaardiging van het materiaal (filmen of fotograferen
etc.); de verspreiding van en handel in het materiaal; en tenslotte het bezit
van het materiaal. Al deze (strafbare) feiten kunnen door verschillende
personen worden uitgevoerd, soms ook worden al deze handelingen door een en
dezelfde gepleegd.
Voor feiten rond het misbruiken van kinderen, dadertypologie[6],
gevolgen en oorzaken, verwijzen we naar de rapporten ‘Kinderpornografie, de
stand van zaken’ en ‘Kinderprostitutie en kinderpornografie’ (zie
literatuurlijst). In het kader van dit rapport gaan we in op vervaardiging,
verspreiding en bezit.
De productie van kinderporno is niet per definitie commercieel, de
meeste kinderpornografie is een bijproduct van het misbruik. Kinderporno wordt
ook gebruikt om andere kinderen over te halen mee te doen (kijk maar, zij doen
het ook). De handel in kinderporno op Internet heeft dan ook slechts deels
geldelijk gewin tot doel. Er zijn zeker ‘seksmaffia’s’ waar het alleen om geld
te doen is. Maar er zijn ook grote groepen ‘liefhebbers’ waar plaatjes worden
uitgewisseld, zoals bijvoorbeeld de onlangs opgerolde ‘Wonderland’ club[7]
waar men een groot aantal plaatjes moest inbrengen bij wijze van lidmaatschap.
Het downloaden van materiaal kan gratis zijn, tegen betaling, of in ruil (elke
afbeelding heeft een bepaalde waarde, afhankelijk van de aard en de ‘gradatie’
van misbruik).
Het doel van kinderporno is lusten op te wekken, en het geeft zonder
enige twijfel ook aanzet tot feitelijk misbruik. Het grootste deel van de
bezitters gebruikt kinderpornografie als voorspel voor het misbruik van
kinderen, niet als bevrediging.[8]
Kinderpornografie is dus een rechtstreeks gevolg van pedoseksualiteit (in de
betekenis van seksueel contact willen met kinderen – onafhankelijk van of dit
feitelijk plaatsvindt).
Een lid van de ‘Wonderland-club’ beschreef hoe het gedrag van anderen
hem aanzette tot daden. En hoe zij die steeds verder gingen in hun misbruik in
groot aanzien stonden, daar werd tegenop gekeken. En ze werden nagedaan[9].
Zo kunnen daders elkaar meeslepen in hun handelingen, en er een bepaalde
legitimiteit aan ontlenen. Een ander voorbeeld is het installeren van een
Webcam, en het uitzenden van het ‘live’ verkrachten van een kind[10].
De kijkers kunnen on-line ter plekke laten weten wat de verkrachter moet doen,
wat ze willen zien. Zo wordt ter plekke de pleger opgezweept. Deze toeschouwers
hebben het misbruik misschien feitelijk niet gepleegd, maar zijn minstens zo
schuldig. Er bestaan overigens vele verbanden tussen kinderporno en het
sadomasochistische milieu. Er is een tendens om steeds gewelddadigere
handelingen vast te leggen[11].
De ultieme vorm hiervan zijn de ‘snuff’movies: films waarin mensen gemarteld
worden en uiteindelijk gedood. Er zijn verschillende (mondelinge) getuigenissen
van het bestaan van snuff-movies waarin kinderen het slachtoffer zijn, maar er
is nog nooit een film in beslag genomen waarbij het kind uiteindelijk vermoord
is. Gezien het gedrag van sommige pedoseksuelen mag men ervan uitgaan dat er
zeker een markt is voor dergelijke films[12].
In sommige landen treft men getekende of geschreven kinderpornografie
aan. In Nederland is dit niet expliciet strafbaar. Waarschijnlijk zijn
tekeningen van gefingeerde kinderporno niet strafbaar; wel strafbaar zijn
tekeningen/afbeeldingen van echte scènes. Dat is een lacune in de wet – ook
deze vorm van kinderporno zet waarschijnlijk aan tot misbruik, en in ieder
geval worden kinderen gedegradeerd tot gebruiksvoorwerp, wat op zich al
onaanvaardbaar is.[13]
Pedoseksuelen maken soms onderdeel uit van een netwerk, waarbinnen ze
hun informatie en materiaal kunnen uitwisselen. Contacten met en ervaringen van
gelijkgestemden geeft immers een schijn van legitimiteit: het is ‘normaal’ want
zij doen het ook. De saamhorigheid, verbondenheid, het samen clusteren van
daders wordt zeer gemakkelijk gemaakt door Internet. Volgens een Iers onderzoek
zijn de netwerken te omschrijven als ‘georganiseerde nomadische bewegingen’.
Inclusief personen die ‘op de uitkijk’ staan, zorgen dat de activiteiten niet
te lang in dezelfde groep plaatshebben; mensen die besprekingen posten etc.
Bijna alle deelnemers maken gebruik van schuilnamen en zorgen ervoor dat hun
identiteit moeilijk te achterhalen is[14].
Internet heeft de verspreiding van kinderpornografie uiteraard veel
gemakkelijker gemaakt. We moeten hierbij onderscheid maken in de openbare kant
van Internet (sites en nieuwsgroepen), en de private (emails, chatboxes, etc).
De openbare afdeling is relatief makkelijk te controleren, in die zin dat het
algemeen toegankelijk is. De private kant is een ander verhaal. Emails vallen
onder een soort ‘briefgeheim’, en kunnen/mogen niet zomaar geopend worden (zie
hoofdstuk Regering) – wat zich hier afspeelt is onzichtbaar. Vermoedelijk zal komende
tijd de meeste activiteit zich verplaatsten naar het private gedeelte van
Internet, als de vervolging van kinderporno internationaal beter wordt
aangepakt.
De grens tussen kinderporno en onschuldige foto’s of afbeeldingen is
niet altijd duidelijk aan te geven. Het schijnt dat in Britse gevangenissen
waar veel pedoseksuelen zitten, de meest gelezen tijdschriften de catalogi van
Mother Care zijn[15].
Vakantiekiekjes waar gewone mensen niets erotisch in zien worden door sommige
anderen verhandeld als kinderporno. De pedofiel die met zijn telelens-camera op
het strand foto’s neemt van spelende kinderen, of in het zwembad gaat filmen,
valt niet op tussen ouders die hetzelfde doen – maar de achterliggende intentie
is geheel anders. Zo ook de kwesties over kunst of kinderporno: de een gaat
naar een tentoonstelling omdat het voor hem kunst is, een ander gaat erheen
omdat die zelfde foto’s op hem een erotische uitwerking hebben. Deze grens is
uiteindelijk niet wettelijk te bepalen, omdat het gaat om de bedoeling en
intentie van de kijker. In dat geval zal de rechter per geval moeten bepalen
wat ‘seksuele gedraging’ is. De omstanders of maatschappij spelen ook een rol.
Want iemand die niets anders doet dan
Mother Care lezen omdat dat hem seksueel opwindt, is niet wettelijk strafbaar
maar vormt wel een potentieel maatschappelijk gevaar. En heeft ons inziens dringend hulp nodig. Want hoe
lang duurt het voordat deze persoon een volgende stap zet en zich tot echte
kinderen gaat wenden.
Het bestaan van computertechnologie maakt het mogelijk beeldmateriaal
digitaal te manipuleren, of zelfs virtueel tot stand te brengen. Met een aantal
simpele hulpmiddelen kan iedereen films of (digitale) foto’s maken en
manipuleren, hierbij inbegrepen het ‘nieuw maken’ van oud materiaal. Hier zijn
geen andere partijen (ongewenste toeschouwers) meer bij nodig. Ook is het
mogelijk via web-cam’s live te filmen en tegelijk te verzenden zodat de kijker
elders op hetzelfde moment meekijkt. De verspreiding via Internet is
gemakkelijk, en anoniem. Er is geen tussenpersoon nodig, en geen fysiek adres.
Een emailadres met een verzonnen naam kan gebruikt worden in een willekeurig
Internetcafé of in een bibliotheek. Alles wat verzonden wordt via het private
gedeelte van Internet (nieuwsgroepen, e-mail, chatboxes) is onzichtbaar (tenzij
er een tap opzit, maar dit is met juridische waarborgen omkleed). Overigens
vindt de afgifte van kinderpornografisch materiaal vaak pas na lange
onderhandelingen plaats.
-
Er zijn geen cijfers beschikbaar van het aantal kinderen dat
slachtoffer wordt van kinderporno, noch van aantallen producties of afnemers.
Meer dan 10 miljoen kinderen worden wereldwijd als seksobject misbruikt door
volwassen[16]. Het gaat
om steeds jongere kinderen; beginnend bij baby’s van enkele maanden. Sommigen
zeggen dat dit het topje van de ijsberg is. Hoeveel hiervan wordt vastgelegd op
beeld is niet bekend.
-
Uit een aantal onderzoeken blijkt dat in Nederland nog wel kinderporno
wordt gemaakt, maar dat Nederland een ondergeschikte rol speelt in de
productie. De VS en Japan zijn de belangrijkste producenten van commerciële
kinderporno, vervolgens Rusland en Oost-Europa. Veel amateur-kinderporno wordt
gemaakt door kindersekstoeristen (in Derde Wereldlanden of Oost-Europa) – ook
dus door Nederlanders![17].
-
Er zijn zeer omvangrijke pedoseksuele netwerken, verantwoordelijk voor
de verspreiding van honderdduizenden kinderpornofoto’s. Bij het oprollen van de
Wonderlandclub in september 2000, bleek een van de leden over 180.000 foto’s te
beschikken. In totaal hadden de leden meer dan een miljoen afbeeldingen. Om lid
te worden moest men 10.000 afbeeldingen aanleveren. Er zijn ook Nederlanders
opgepakt in verband met deze zaak, zij waren in het bezit van 50 giga-byte aan
kinderporno. Maar ook de enkele verzamelaar kan enorme hoeveelheden materiaal
in zijn bezit hebben. De huisarts uit Oss die onlangs veroordeeld is bezat 95
videobanden, meer dan 13.000 computerfoto’s en vele duizenden afbeeldingen.[18]
-
De meeste daders zijn mannen, waarbij alle lagen van de bevolking
vertegenwoordigd zijn.[19]
Vrouwen vormen 1 tot 3% van alle plegers van seksueel misbruik van kinderen. In
80 tot 95% van alle gevallen gaat het om bekenden van het kind. 40-50% van alle
plegers is zelf misbruikt in zijn/haar jeugd.[20]
-
Aantal meldingen bij het Meldpunt Kinderporno in 2000: ongeveer 4300,
en per melding vaak 3 of 4 URL-adressen.
Een Amerikaanse
sadistische pedoseksueel maakte tijdens zijn verblijf in de gevangenis plannen
voor de ontvoering, het misbruik en het doden van een kind. In zijn cel werden
de plannen gevonden voor de inrichting van een busje met kooien en een speciaal
(afgesloten) bed. Verder werd er een ‘boodschappenlijstje’ aangetroffen, waarop
onder andere vermeld stonden scheermesjes en gewone messen om het kind te
martelen en te doden. Hij wilde ook een videocamera aanschaffen om zijn daden
mee vast te leggen. Uiteindelijk heeft hij een jongetje ontvoerd, misbruikt, en
op sadistische wijze gedood.[21]
The pedophile collector
of kiddie porn is the archetype of sexual exploitation; his is a world of
sexual obsession and, in a sense, moral consumption. The deeper he plunges into
the market, buying, selling, and trading duplicate and triplicate films and
photo’s of child pornography, the harder it is for him to recognise and accept
legal and social bans. Like a stamp or coin collector he devotes a sizeable
portion of his discretionary income toward the purchase of pornography. [22]
Uit een brief uit 1982
van Lex, die als groepsleider in een kindertehuis werkte. Later is hij
veroordeeld wegens seksueel misbruik van kinderen in Azië.
“Paul, ik moet je wat
toevertrouwen. Ik beschouw het zelf niet erg als normaal en zodoende kan ik het
alleen jou vertellen in de hoop dat het tussen ons beide blijft? Ik durf het
eigenlijk niet zo makkelijk op te schrijven maar ik heb zo de behoefte om het
op papier te zetten omdat het me zo vreselijk opwondt. Verleden week heb ik me
vergrepen aan een kind wat nog niet eens kon praten, een jongetje van drie jaar.
Dit is me nooit eerder overkomen, ik had me misschien flink moeten aftrekken
alvorens ik hem uit z’n bedje heb opgelicht, ik had een bui als nooit tevoren.
Plots werd ik zo geil van de gedachte dat je als groepsleider een supermacht
hebt en ieder kind kunt misbruiken! Maar wel zo slim er een te nemen die nog
niet in opstand kan komen, ik hoop niet dat ik je misselijk maak met mijn
relaas.”[23]
“It was a snuff video from America, only about twenty-five minutes long.
In it was a scene with a girl – she was between ten and twelve years old, I
would say. She was horribly mutilated while some men were sexually abusing her.
Her fingernails were pulled off, then her fingers were cut off with
shears. She was cut awfully and all the time she was screaming, screaming for
mercy and all the time the men were doing sexual acts against her. Eventually
they did slit her throat. But even in death she wasn’t left alone. These men
carried on doing sexual acts against her.” (Uit een interview met een
pedoseksueel) [24]
3. OVERIGE PROBLEMEN rond
INTERNET & KINDEREN
In het kader van Internet en schending van de rechten van het kind is
er nog een aantal gebieden te noemen waar dringend aandacht voor moet komen. In
dit rapport gaan we hier verder niet op in, maar we willen het voor de
volledigheid toch noemen.
-
Via chatboxes (‘babbelboxen’) maken volwassenen contact met kinderen en
proberen op den duur afspraken met ze te maken in de niet-virtuele wereld; of
proberen hun adres te bemachtigen tijdens het virtuele contact. De ‘kinderlokkers’
(‘chickenhawks’ genoemd) doen zich daarbij voor als kinderen, of proberen op
andere wijze het vertrouwen van het kind te winnen. Dit kan uiteindelijk leiden
tot feitelijk misbruik, of tot verbaal ongewenst gedrag. Een onderzoek[25]
wees uit dat 20% van de Britse kinderen die gebruik maakten van chatrooms
on-line door pedofielen was benaderd.
-
Internet wordt gebruikt om sekstoerisme gericht op het misbruiken van
kinderen te bevorderen, door reclame te maken, de beste plaatsten en bordelen
door te geven, tips voor gunstige vestigingsplaatsen te geven, tips om
vervolging te voorkomen etc. Casa Alianza stelt dat in bepaalde landen het
pedoseksuele sekstoerisme met 60% is toegenomen door het bestaan van dergelijke
sites.[26]
-
Adoptie via Internet, waardoor wetten en controles gemakkelijker
omzeild kunnen worden. Zogenaamde adopties, kinderen die geadopteerd worden met
het doel hen te misbruiken.
-
Kinderhandel
-
De gemakkelijke verhandeling van embryo’s, nog ongeboren baby’s,
draagmoederschap, etc.
-
Kinderen en Internet is een onderwerp dat in het algemeen veel meer
aandacht behoeft. Veel kinderen zijn regelmatig ‘op Internet’, en hebben
gemakkelijk toegang tot dit medium. Vaak weten zij beter de weg en zijn
handiger dan hun ouders. De vraag is of kinderen ook overweg kunnen met de
‘volwassen’ aspecten van dit medium: het aanbod aan seks en geweld. Er is te
weinig bekend over de invloed hiervan op kinderen. Meestal zijn zij zonder
begeleiding achter de computer. Er is een groot gebrek aan voldoende
voorlichting voor kinderen én ouders – zowel over het veilig surfen (wél op www.surfsafe.nl)
als over goede filters, en over hoe om te gaan met ongewenst materiaal. Er is
geen duidelijk beleid van de regering betreffende voorlichting aan de
maatschappij over computercriminaliteit en veilig Internetten voor kinderen.
4. HET MELDEN VAN
KINDERPORNO
Melders spelen een grote rol. Aangezien de politie geen volledige
‘Internet-surveillance dienst’ heeft, zijn ze voor meldingen afhankelijk van de
burger. In feite kan men stellen: zonder melding of aangifte geen zaak.
Aangifte door het slachtoffer komt nauwelijks voor; bovendien is veel
kinderporno internationaal vervaardigd.
Gesignaleerde kinderporno op Internet kan op verschillende punten
gemeld worden. Aangifte kan alleen gedaan worden bij de politie.
Het Meldpunt Kinderporno is een particulier initiatief uit ‘96. De
stichting is dus een private rechtspersoon, noch ‘van’ de NLIP, noch ‘van’ de
regering. Het Meldpunt werkt samen met ECPAT, Internetgebruikers, NLIP en
Directie Recherche van het KLPD. Na een periode van uitsluitend
vrijwilligerswerk heeft de stichting twee betaalde medewerkers, dankzij
financiële steun van het Ministerie van Justitie en de EU (en dus niet van de
Internetbranche). Doel is: een bijdrage te leveren aan het verminderen van het
aanbod van kinderpornografie op Internet. Vorm: het behandelen van meldingen
over kinderporno op de openbare gedeelten van het Nederlandse Internet,
betrekking hebbend op Nederlandse onderdanen. Het Meldpunt houdt zich dus niet
bezig met actief speuren naar kinderporno.
Het Meldpunt Kinderporno is de afgelopen 5 jaar een goed voorbeeld
gebleken van een zelfregulerend initiatief. Het aantal meldingen dat het Meldpunt
van grotendeels particuliere internetgebruikers ontvangt is daar een
overtuigend bewijs van. Het aantal meldingen in 2000 betrof 4300. Omdat de
meldingen per mail binnenkomen en gemiddeld het aantal klachten per mail meer
dan 1 website of anders betreffen ligt het aantal ontvangen en behandelde
klachten daarmee nog veel hoger. Een gedeelte van de klachten overlapt elkaar
echter ook.
Het Meldpunt heeft inmiddels ook een voorlichting- en bewustmakingsrol
gekregen. Dagelijks ontvangt en beantwoordt het Meldpunt vragen van
Internetgebruikers. De bewustwordingscampagne ‘Surfsafe’[27]
in samenwerking met ECPAT was erg succesvol en binnenkort komt hier een vervolg
op.[28]
Verder zijn er op de zeer korte termijn een aantal activiteiten gepland met
betrekking tot online-veiligheid.
Hoe werkt het Meldpunt in de praktijk? Melden is relatief eenvoudig.
Meldingen worden gedaan via een email aan het Meldpunt. Het adres is te vinden
op de site (www.meldpunt.org), of via
links met bijvoorbeeld de NLIP-site, de homepage van providers (dit hebben lang
niet alle providers) of andere sites. De melder ontvangt automatisch een
ontvangstbewijs en een volgnummer van zijn melding. Vervolgens wordt het
materiaal door het Meldpunt bekeken, gecontroleerd en gecategoriseerd waarbij
wordt gecheckt op een aantal punten. Als het materiaal voldoet aan artikel
240bis, wordt rechtstreeks aangifte gedaan bij de Directie Recherche van het
KLPD, en de informatie doorgegeven. In gevallen van twijfel wordt er overlegd
met de Directie Recherche. De identiteit van de melders wordt niet bekend
gemaakt. Als het materiaal niet openbaar verspreid wordt zal de melder worden
geadviseerd zelf aangifte te doen bij de politie. De melder wordt tenslotte
geïnformeerd over het resultaat van zijn melding.
In het geval dat materiaal vanuit het buitenland verspreid wordt, zal
het Meldpunt proberen de informatie door te geven aan een ander Meldpunt of aan
het KLPD. Inmiddels werkt een aantal Europese meldpunten samen onder de naam INHOPE[29],
waar het Nederlandse Meldpunt medeoprichter van is.
Knelpunten van het Meldpunt: Het Meldpunt is een burger-initiatief. Men
kan via het Meldpunt geen aangifte doen. Het Meldpunt heeft verder ook geen
bevoegdheden op het gebied van opsporing. Bij het Meldpunt kunnen alleen zaken
van het openbare gedeelte van Internet worden gemeld.
Men stapt naar het dichtstbijzijnde politiebureau en doet aangifte. Men
moet dan wel het juiste Internet-adres kunnen geven. Het bureau stuurt de
melding door naar de regionale verantwoordelijke afdeling voor kinderporno.
Niet in elke regio heeft echter zo’n afdeling; in dat geval zal de melding
worden doorgestuurd naar het KLPD, Directie Recherche, afdeling kinderporno.
Knelpunt: weet de betrokken agent welke (technische) gegevens nodig
zijn?
De meeste meldingen bij het KLPD komen van politie, Meldpunt, providers
of van politie/justitie uit het buitenland, zijn meestal goed voorbereid en
voorzien van de juiste gegevens.
Dit lijkt een logische eerste stap, maar is niet altijd aan te raden.
De juiste weg voor de provider is de melding onmiddellijk door te geven aan het
meldpunt of de politie, met alle benodigde gegevens (dus: juiste adres,
naw-gegevens van de user, etc.). De dader dient niet van tevoren gewaarschuwd
te worden, want dat kan de politie de mogelijkheid ontnemen het bewijs te
vergaren. Overigens adviseert de NLIP haar leden meteen aan de politie te
melden. Vaak ook worden melders doorverwezen naar het Meldpunt.
Knelpunt: providers doen lang niet altijd iets met de melding, en het
komt ook nog te vaak voor dat de dader gewaarschuwd wordt, of simpelweg de
pagina geblokkeerd wordt zonder dat er iets met de melding gedaan is. Dan is er
geen bewijs; zonder bewijs is vervolging onmogelijk.
Uiteindelijk komt als het goed is iedere serieuze melding bij de
politie terecht. Als de melding daar eenmaal ligt, beslist de politie over de
aard en haast van de zaak. Iedere melding moet door twee agenten bekeken
worden. Als het materiaal geacht wordt kinderporno in de zin van art. 240b te zijn, en in Nederland vervolgd kan worden
(dat wil zeggen als het materiaal vanuit Nederland verspreid wordt, of de dader
in Nederland woont of verblijft), wordt een proces-verbaal opgemaakt en naar
het Openbaar Ministerie gestuurd van het arrondissement waar de pleger woont,
of (indien onbekend) naar het Landelijk Parket. De Officier van Justitie
beslist of de zaak voor de rechter wordt gebracht, of geseponeerd wordt (dat
wil zeggen: afzien van vervolging). Dat laatste zal voorkomen in het geval van
te weinig bewijs, te weinig gegevens, of als het een ‘klein’ en eenmalig
voorval is. Als de zaak voor de rechter komt zijn we in het beste geval een paar
maanden verder.
Knelpunten:
-
Mensen weten niet waar en hoe gemeld kan worden of aangifte gedaan
-
Het is niet ‘vanzelfsprekend’ om kinderporno te melden
5.
DE POLITIE
Na de ernstige kritiek op de Nederlandse politie in de jaren negentig
is de afgelopen twee jaar veel verbeterd, en wordt veel gedaan aan de
bestrijding van kinderporno.
In Nederland is het volgende tot stand gebracht:
-
De zedenzorg is binnen alle korpsen algemeen geaccepteerd als
specialisme. Elk korps heeft minimaal 1 expert Jeugd- en Zedenzaken die zich
bezighoudt met de bestrijding van kinderpornografie.
-
De onderwerpen kinderpornografie en pedoseksueel netwerken maken deel
uit van het huidige cursusaanbod van het Landelijk Selectie Opleidingsinstituut
Politie.
-
Er is een toenemend aantal samenwerkingsverbanden met externe partijen
(Openbaar Ministerie en hulpverlening), hoewel uitbreiding nog steeds
noodzakelijk is.
-
Goede informatie uitwisseling is een noodzakelijke basis voor de
bestrijding van kinderporno. Om dit mogelijk te maken zijn allereerst drie
databases ontwikkeld. De eerste is de Landelijke Database van het KLPD, deze
kent 800.000 afbeeldingen en heeft een bibliotheekfunctie (dus: dat plaatje is
wel/niet bekend; de zaak is behandeld daar-en-daar; is zo-en-zo afgehandeld).
Daarnaast staat het KIDS-systeem, ontwikkeld door de politie
Amsterdam-Amstelland, en sinds 2000 door hen gebruikt. Dit heeft een
recherchefunctie. Momenteel kunnen deze twee systemen alleen fysiek gekoppeld
worden (dus met je CD-rom ernaartoe). De volgende fase (2002) zal zijn een
on-line koppeling op vijf plaatsen in Nederland, maar dat kan alleen als de
veiligheid gegarandeerd kan worden. Als dit functioneert is de volgende fase
een koppeling naar het VICLAS-systeem, het
(computer-) datasysteem dat de Centrale Recherche van het KLPD hanteert (en dat
inmiddels landelijk is ingevoerd), voor centrale registratie van moord- en
zedenzaken. Verdere informatie uitwisseling wordt gegarandeerd doordat alle
coördinatoren van kinderporno een aantal maal per jaar bij elkaar komen
(waarbij zaken worden doorgenomen), en het politie zeden-net. Dit laatste is
een besloten en beveiligd netwerk voor politiefunctionarissen om informatie uit
te wisselen. Dit heeft proefgedraaid, en zal komende maanden gaan functioneren.
-
In 2000 is door de GVAK (zie hoofdstuk GVAK) het project SKIM2000
opgezet: een ‘surveillance’ op Internet die reageert op signalen van
kinderporno. Het project richt zich op het identificeren van verspreiders en
makers van kinderpornografie en het ontdekken van nieuwe virtuele
kinderpornonetwerken. Tijdens de landelijke actie in 2000 zijn IP-adressen aan
de betreffende regiopolitie doorgegeven. Dit mondde uit in 34 verdachten in 16
regio’s, waarbij op een zelfde moment is binnengevallen. Deze zaken gaan nu
langzamerhand naar zitting. Politie en justitie willen verder met deze acties;
waarbij niet alleen sprake zal zijn van surveilleren maar ook van infiltreren.
Hiertoe wordt de expertise van een infiltratieteam gekoppeld aan de expertise
van de Cybercops (de experts op het gebied van computercriminaliteit van het
KLPD). Hopelijk komt hier informatie uit die verder reikt, bijvoorbeeld het
bestaan van productiebedrijven van kinderporno in Nederland. Hierbij zullen
lokale acties, gebruik makend van lokale kennis, landelijk gecoördineerd
worden. Vanuit de ervaring van SKIM2000 is het advies bij het KLPD neergelegd
om de Cybercops afdeling in te richten. Dit wordt een samenwerkingsverband met
lokale politiekorpsen: zij leveren bij toerbeurt zedenrechercheurs, en het KLPD
zorgt voor de Cybercops en juridische ondersteuning. Naast surveilleren zal
deze afdeling opsporen met gebruikmaking van bijzondere opsporingsbevoegdheden
(bijvoorbeeld infiltratie, tappen etc).
Een punt van kritiek betreft de technische kennis van de politie op
gebied van computertechnologie en Internet.
Cybercops zijn wel voldoende opgeleid, maar de gemiddelde agent op het
gemiddelde bureau weet eigenlijk niets. Daarmee is de kennis op dit moment niet
toereikend, en heeft de politie feitelijk nog een achterstand in het beheersen
van digitale trucs. Momenteel wordt hier hard aan gewerkt. Het streven is
binnen twee jaar tijd van 7 naar 28 bureau’s met digitale expertise te gaan, en
daarnaast afspraken te maken over de bezoldiging (landelijk gelijk en wat hoger
dan nu); iemand aan te stellen die
voldoende ervaring heeft om niet de eerste de beste beginnersfouten te
maken in het meenemen van bewijsmateriaal (computer afkoppelen enz.) en die ook
weet wanneer hij meer deskundigheid moet inroepen. Mensen op de werkvloer
moeten leren dat ze een aantal dingen niet moeten doen en er anderen bij moeten
halen.
Knelpunten:
-
Om volledig onderzoek te kunnen doen is de politie afhankelijk van de
medewerking van de Internet providers. Dat verloopt stroef. De politie heeft hen
nodig voor het verstrekken van gegevens, voor bijzondere opsporingsdiensten,
voor bepaalde technische zaken als het ontcijferen van encryptie.
-
Er is momenteel te weinig technische kennis bij de ‘gewone’ politie.
Dit probleem zal op termijn verdwijnen, als het beheersen van computers niet
meer iets ‘exclusiefs’ zal zijn. Voor nu echter is het een probleem. Het
opsporen van kinderporno is niet een baan voor het leven, het werk is
emotioneel zwaar, en naar men zegt voor goede IT-ers technisch niet interessant
genoeg; los daarvan wordt er veel meer verdiend in het bedrijfsleven dan bij de
politie.
De politie werd
geconfronteerd met beelden van zeer jonge kinderen die op gruwelijke wijze
werden gemarteld en misbruikt. De films werden verkocht aan klanten in onder
meer Duitsland, de VS, Italië en Rusland. [30]
De unit digitaal
rechercheren van het landelijk rechercheteam onderzoekt de Internetpagina van
de pedofielenvereniging Martijn. Het Meldpunt Kinderporno op Internet heeft
melding gedaan bij justitie van digitaal ‘lokken’ van kinderen door Martijn. De
vereniging zou kinderen via een jeugdrubriek en een verzameling ‘leuke’
internetlinks verleiden om op pedofielen gericht beeld- en tekstmateriaal te
bekijken. De website had een rubriek voor kinderen, met tips voor leuke links
naar bijvoorbeeld Lego en Free Paed Cooperative (een verzamelpunt op Internet
waar naar tal van internationale pedofiele sites wordt doorverwezen). Na de
melding hiervan in de media heeft Martijn de gewraakte links van zijn Internetsite
afgehaald. [31]
6. HET OPENBAAR MINISTERIE
Het Openbaar Ministerie staat voor de strafrechtelijke handhaving.
Binnen de maatschappij dragen zij er, grof gezegd, zorg voor dat
(straf-)wetsovertreders voor de rechter worden gebracht en worden berecht. Simpel
gezegd: in zedenzaken zijn ze degenen die voor de maatschappij en in het
bijzonder voor het slachtoffer gerechtigheid vragen.
Sinds 2000 kent elk arrondissement een zedenaanspreekofficier. Hij is
degene die aangesproken kan worden voor zedenzaken binnen zijn parket, die de
officieren met dergelijke zaken kan coachen. Hij moet deskundig zijn op zijn
terrein en op de hoogte van nieuw beleid en beleidsontwikkelingen. Hij is
degene die contact houdt met de speciale zedenafdelingen bij de politiekorpsen,
die een netwerk opbouwt met andere organisaties. Regelmatig hebben de
zedenaanspreekofficieren landelijke vergaderingen, waar zaken besproken worden
en kennis uitgewisseld. De concrete taak en invulling wordt bepaald per
arrondissement. De zedenaanspreekofficier is niet degene die alle zedenzaken
behandelt, maar degene die de zedenzaken ‘coacht’. Zedenzaken zullen meestal
inhoudelijk worden behandeld door de officier van dienst. Deze bepaalt ook of
een zaak geseponeerd wordt of niet.
De uiteindelijke hoofdverantwoordelijke voor het beleid is het College
van Procureur-generaals. Het is aan hen om minimum standaards te stellen. Let
wel: de minister van Justitie is politiek verantwoordelijk voor het Openbaar
Ministerie; dus is hij degene die uiteindelijk kan worden aangesproken. Prioriteiten worden op lokaal niveau bepaald in
overleg tussen het bestuur, het OM en de politie. Het OM wordt vanuit het
College aangestuurd, zodat het OM landelijk zoveel mogelijk dezelfde
prioriteiten nastreeft. Verschillen worden sterk bepaald door lokale accenten.
Het feit dat er meer belangstelling is voor zedenzaken binnen het OM is
gevoed doordat er meer politieke belangstelling voor is. Het OM zou echter zelf
veel meer verantwoordelijkheid kunnen nemen. Er is evenwel eens stijgende lijn
te constateren: het aantal zaken kinderporno is enorm gestegen van 10 zaken in
’96 naar zo’n 150 in 2000.
Knelpunten zedenofficieren:
-
De functie wordt nog niet overal hetzelfde ingevuld. Werk en overleg
zouden makkelijker zijn als dit meer op elkaar afgestemd is.
-
Zedenzaken zijn niet de populairste binnen het OM. Daarnaast wordt job
rotation gestimuleerd. Dit leidt er toe dat deze officieren vaak de jongste
ovj’s zijn, en kort op hun plek blijven. Hierdoor is er minder mogelijkheid om
goede netwerken op te bouwen en te onderhouden. Kennis gaat verloren door de
snelle wisseling van zedenaanspreekofficieren. Dit is overigens ook een klacht
van externe partners van het OM.
-
Tot op heden zijn er discussies over de inhoud van de taak van de
zedenaanspreekofficier. Dat leidt tot onvrede. De mensen die misschien al niet
zo gemotiveerd waren in het begin krijgen weinig kans om hun taak in te vullen,
worden niet geïnspireerd en gemotiveerd, en zullen er daardoor misschien
sneller weer uit willen. Er wordt vaak geen
tijd of niet genoeg tijd vrijgesteld voor de vergaderingen en overlegstructuren
die deze functie met zich meebrengt. Dit leidt tot frustraties en onvermogen
als mensen wel willen maar geen tijd hebben om het werk zo in te vullen als
wenselijk is en plannen uit te voeren.
7. DE G.V.A.K.
De GVAK, Gemeenschappelijke Voorziening voor de Aanpak van
Kinderpornografie, was een tijdelijk (overheids-)project, van voorjaar 1999 tot
zomer 2001. De bedoeling was het creëren van een expertisecentrum op zedengebied,
waar zowel het OM als de politie aan deelnam. Door het bestaan van de GVAK was
er gerichte aandacht voor het probleem kinderporno, waardoor meer boven water
kwam, wat heeft geleid tot een grote toename in kinderpornozaken.
Uiteindelijk moest het project ertoe leiden dat het bevoegde gezag,
politie en OM, elk op hun eigen niveau, een adequaat antwoord kunnen formuleren
op het fenomeen kinderporno in relatie tot seksueel misbruik.
Het plan van aanpak was gericht op het realiseren van:
-
een gemeenschappelijke databank van beeldmateriaal, (potentiële) daders
en slachtoffers. Deze functioneert al gedeeltelijk (al het bekende
beeldmateriaal is opgeslagen). (zie hoofdstuk Politie)
-
een landelijke internetsurveillance en internetrecherche. In januari
2000 is er een multidisciplinair projectteam gestart: SKIM2000 (Surveilleren
Kinderpornografie op Internet Methode), dat planmatig actief onderzoek doet
naar de verspreiding van kinderporno op Internet. (zie hoofdstuk Politie)
-
een interregionaal netwerk binnen politie en justitie, wetenschap en
hulpverlening
-
een bovenregionaal team dat functioneert als katalysator en
aanspreekpunt, waarin verschillende disciplines vertegenwoordigd zijn
-
een (inter)nationaal coördinatie en aanspreekpunt met kennis en
expertise. Dit heeft onder andere geleid tot een verbinding met een
internationaal netwerk (een Interpol werkgroep) voor de aanpak van
kinderpornografie op Internet, waarin gegevens en ‘best practices’ worden
uitgewisseld.
-
operationele onderzoeken waarin korpsen samenwerken
-
beschrijving van werkprocessen en verbetering van methodieken
Een aantal doelstellingen was al voor de GVAK in gang gezet, en de GVAK
heeft een grote bijdrage geleverd aan het waarmaken van de doelstellingen. De
enige zorg was continuering van de acties en het behoud van de kennis. Dit is
inmiddels gewaarborgd. Bij het OM is een landelijke officier Mensenhandel en
Kinderporno benoemd, die gezamenlijk met de officier Digitale Recherche het
onderwerp landelijk en beleidsmatig zullen continueren. Bij de politie zal de
afdeling Cybercops worden opgezet binnen het KLPD. (zie: hoofdstuk politie)
“You can see in books or magazines, or on film loops children deflowered
on their communion day; children having sex with their daddies; children
tortured and beaten; children masturbating; children raped or pictured in other
sexual acts with adults, animals, other children, either their own or the
opposite sex or with both sexes at once. Among adults kiddie porn involves four
groups. The first is stimulated by it; the second makes a considerable profit
from it; the third finds it turns their stomachs; and the forth has never seen
it. The last group may find these examples hard to believe.” [32]
8. DE RECHTER, HET VONNIS
Voor de rechter moet een zaak ‘wettig en overtuigend’ bewezen zijn.
‘Wettig’ wil zeggen dat voor elke zaak (minimaal) twee bewijsmiddelen nodig
zijn. De aangifte kan hier een van zijn. Het bezit van kinderporno is op zich
redelijk makkelijk te bewijzen, het betreft immers beeldmateriaal. Het is dan ook
essentieel dat de informatie over de verspreiders niet van het Net worden
gehaald voordat de politie dit in handen heeft. In Nederland zijn providers
niet verplicht deze informatie (voor bepaalde tijd) te bewaren (in
tegenstelling tot sommige andere landen).
Alleen al voor het bewijs is het essentieel dat virtuele kinderporno
ook strafbaar gesteld wordt.[33]
Het is namelijk erg moeilijk het onderscheid te maken tussen echte en virtuele
kinderporno (hoewel de politie daar wel expertise in heeft). Momenteel geldt
een omgekeerde bewijslast: de verdachte moet bewijzen dat het digitaal bewerkt
is.
‘Overtuigend’ wil zeggen dat de rechter uit het geheel van
omstandigheden en verklaringen in het dossier, en de wettige bewijsmiddelen, de
overtuiging heeft dat de strafbare zaken inderdaad hebben plaatsgevonden. Het
is de vraag of er in het juridische kader genoeg kennis aanwezig is aan de
gedragswetenschappelijke kant om een goed rapport neer te leggen over het
gedrag van de dader. Het probleem is dat de aanwezige kennis van een kleine
groep met kennis over slachtoffers en daders niet altijd terechtkomt bij de
rechter en de officier van justitie.[34]
[35]
Het Openbaar Ministerie werkt aan richtlijnen waarbij minimale eisen
gesteld worden. Dit zal de rechter, in verband met zijn vrijheid, natuurlijk
niet volgen; het is wel te hopen dat de eisen het effect zullen hebben van meer
uniformiteit. Momenteel lijken er teveel verschillen te bestaan tussen
uitspraken van soortgelijke zaken, terwijl er behoefte is aan eenduidigheid. De
redenering van de rechter om de strafmaat te bepalen is soms maatschappelijk
onaanvaardbaar[36]. ‘Het is al
zo lang geleden’; ‘het slachtoffer kan er emotieloos over praten, dus het is al
verwerkt’, ‘omdat hij voor het eerst betrapt is op het bezit van kinderporno en
zegt spijt te hebben’.
In een geval van enkele jaren geleden, was de foto van een man met
erectie die een baby vasthield geen kinderporno omdat ‘de vader zijn kind
vasthoudt en de moeder de foto neemt’, alsof ouders nooit daders kunnen zijn.
De wet biedt mogelijkheden voor preventieve hechtenis, maar de praktijk is dat in veel zedenzaken de dader, gelet op persoonlijke omstandigheden en de op te leggen straf, niet wordt vastgehouden tot zijn proces. En als vele maanden later het proces plaatsvindt, is maar de vraag of de rechter de eis van de Officier toewijst, en kan het zijn dat een dader met een voorwaardelijke straf (dus geen feitelijke hechtenis, noch hulpverlening) op straat staat. En zonder verdere gevolgen, bijvoorbeeld maandelijks melden bij een instantie, of controle door de politie. Gezien de aard van de daad, en gezien het feit dat veel daders geregeld opnieuw beginnen zodra ze hun straf hebben uitgezeten, is de Nederlandse vorm en maat van straf niet voldoende; verplichte hulpverlening zou een noodzakelijk onderdeel moeten zijn.
De Officier kan verplichte behandeling vragen aan de rechter, maar niet
ieder zedendelinquent komt hiervoor in aanmerking. Soms is het delict niet
ernstig genoeg, soms de stoornis niet. En als hij zich niet vrijwillig wil
laten behandelen, dan komt een dader vrij zonder dat er iets aan zijn probleem
gedaan is. Vrijwel alle deskundigen zijn het eens over de noodzaak om daders te
behandelen,[37] en hen te
motiveren behandeld te willen worden. Dit kan door de rechter worden opgelegd
als voorwaarde, in plaats van een (deel van de) gevangenisstraf. Of, bij
ernstige vormen van misbruik waar minimaal vier jaar voor staat en een
verminderde toerekeningsvatbaarheid, in de vorm van tbs
(terbeschikkingstelling). In dat geval zitten daders eerst de straf uit, en
vervolgens komen zij terecht in de TBS-kliniek of een andere vorm van
behandeling. Dit maakt behandelen een ‘achteraf’ handeling, terwijl daders ten
tijde van de detentie het meest toegankelijk zijn.[38]
Behandeling heeft alleen zin als de dader meewerkt, dat wil zeggen zelf
ook overtuigd is of raakt van het feit dat hij iets misgedaan heeft. Daarom
heeft het in wezen weinig zin om onderscheid te maken tussen vrijwillig en
gedwongen behandeling. Deskundigen zijn niet optimistisch over wat bereikt kan
worden met behandelen. Het beste is waarschijnlijk een soort beheersing;
behandelingen gericht op terugval-preventie. Hierbij gaat het om het aanleren
van controle op het eigen gedrag en het doorzien van eigen smoezen. Voor het slagen
van deze behandelingen is niet alleen de motivatie van de pleger belangrijk,
maar ook het externe supervisie-netwerk waarop hij kan terugvallen.
Hoe eerder je kunt ingrijpen hoe beter. Investeren in daderhulp is
daarom noodzaak: meer plegerhulpverlening geeft meer inzicht in het ontstaan en
verloop van pedoseksuele neigingen. Daarin kunnen aanknopingspunten zitten voor
begeleiding of signalen waaraan eerder aandacht besteed kan worden. Een kwart
van de volwassen plegers is al op jonge leeftijd begonnen met seksueel
grensoverschrijdend gedrag en licht exhibitionistisch gedrag. Vroegtijdig
ingrijpen is nodig om later erger te voorkomen.[39]
Probleem hierbij is dat iemand niet snel zelf naar de hulpverlening toe zal
stappen. Meestal komen zij pas met (verplichte) hulpverlening in aanraking na
het plegen van een strafbaar feit. En door de definitie in de wet is dat vaak
pas in een vergevorderd stadium. Overigens zijn er ook pedofielen die zich
bewust zijn van hun afwijking en die hulp vragen om hun probleem onder controle te krijgen om niet in misbruik te
vervallen.
Er is momenteel discussie over wie waarvan op de hoogte moet zijn,
nadat de dader veroordeeld is. Moet de dader met naam en adres op Internet? Of
is dat alleen maar een verschuiving van de verantwoordelijkheid? Sommige
personen zullen in elk geval op de hoogte gesteld moeten worden, de
politie/wijkagent, maatschappelijk werker, wijkartsen. Gezien het feit dat
daders gemakkelijk in herhaling vervallen, en dat uiteraard overal ter wereld
kunnen doen, zal het van belang zijn om een systeem te ontwikkelen waarbij de
dader gemotiveerd is om niet in herhaling te vervallen, en zich vrijwillig
regelmatig te melden bij een daarvoor bestemd bureau. Daders die niet tot
inzicht kunnen komen dat hun daden alle grenzen overschrijden, kunnen niet in
vrijheid worden gesteld (in Nederland zitten er momenteel zo’n 20
tbs-zedendelinquenten levenslang vast).[40]
In ieder geval moet het mogelijk worden dat voor beroepen en functies
waarin men met kinderen in aanraking komt, juridische informatie kan worden
ingewonnen door de sollicitatiecommissie.[41]
En beroepen zouden op die grond geweigerd kunnen worden (zoals ook gesteld in
de toelichting bij de Europese Council framework decision on combating the
sexual exploitation of children and child pornography). Ook zouden gedacht
kunnen worden aan controles van mensen die visa opvragen van landen die
sekstoerisme gericht op het misbruiken van kinderen aantrekken.[42]
Knelpunten:
-
de gewoonte om lager te straffen dan de officier vraagt
-
gelijksoortige zaken worden soms zeer verschillend berecht.
-
hulpverlening aan daders is niet voldoende ontwikkeld, er zijn niet
genoeg behandelmogelijkheden.
-
er ontbreekt een goed opvang en controle systeem voor daders die
terugkeren in de maatschappij.
Vijf Nederlanders
blijken betrokken te zijn geweest bij het beruchte internationale
kinderpornonetwerk ‘Wonderland’. Vier van de vijf zijn inmiddels veroordeeld
tot celstraffen van 15 tot 36 maanden wegens bezit en verspreiding van
kinderpornoafbeeldingen.[43]
De officier van
justitie signaleert dat nogal wat recidiverende zedendelinquenten onder
behandeling uit weten te komen, terwijl ze ook geen lange celstraf krijgen
opgelegd, zodat zij in een carrousel van misbruik, celstraf, misbruik, celstraf
terechtkomen, áls ze al achter tralies komen.[44]
9. INTERNET PROVIDERS
Internet providers verlenen die diensten waardoor het publiek ‘op
Internet’ kan. De twee voornaamste diensten zijn: het verlenen van toegang tot
de elektronische snelweg; en het verhuren van ruimte op Internet.
Internet Access Providers zorgen voor de toegang tot Internet. Zij
leggen de verbinding tussen de aanbieders en afnemers. De NLIP – de branche
vereniging voor Nederlandse Internet Providers – vertegenwoordigt zo’n 60
ASP’s, die gezamenlijk 90% van de diensten vertegenwoordigen. De overige 40
providers in Nederland die niet aangesloten zijn beheren 10% van de gebruikers.
Naast de Access Providers zijn er rond de 500 bedrijven in Nederland die
hosting diensten verlenen - het verhuren van een stukje van hun server aan
klanten met een webpage. Deze bedrijven zijn niet verbonden door een
belangenvereniging.
Het standpunt van de NLIP inzake de bestrijding van kinderpornografie
op Internet is: volg de wet, maar niet meer dan dat; de verantwoordelijkheid
voor opsporing ligt bij de overheid; er is geen twijfel over de ernst van
kinderpornografie en het belang van opsporing, maar het ontbreekt aan heldere
regelgeving die de providers vrijwaart van andere aansprakelijkheden indien zij
hun medewerking verlenen. Naast de NLIP hebben wij vele providers zelf gebeld
over hun standpunt rond kinderporno en Internet. Het gemiddelde standpunt is
dat met het oprichten van het Meldpunt voldoende gedaan is. Het bleek dat er
veel onwetendheid is ook bij de providers, veelal waren er geen deskundigen.
Slechts een enkel bedrijf had een duidelijk eigen standpunt en beleid op dit
gebied, dat in sommige gevallen ook verder gaat dan het standpunt van de NLIP
(zoals Demon, Solcon, Planet Media Group, Freeler en XLNT Software).
In Nederland zijn Internet providers niet aansprakelijk voor de inhoud
van Internet – tenzij zij op de hoogte zijn van het strafbare feit. In dat
geval kunnen zij gehouden zijn het materiaal te verwijderen. Dit zal worden
bevestigd in de EU Richtlijn voor de e-commerce, aangenomen in juni 2000 en
bindend voor de EU. Deze Richtlijn is gunstig voor de handel (de sterkste
lobbygroep binnen de EU!) maar is uiteraard in tegenspraak met de ernst van
kinderporno. De branche stelt wel te willen meewerken aan opsporing, onder
redelijke voorwaarden. Dat wil zeggen dat de momenteel onduidelijke
aansprakelijkheid goed geregeld moet worden.
Vele deskundigen menen dat door de branche nauwelijks
verantwoordelijkheid wordt genomen voor de misdaden die door hun kanalen
plaatsvinden. Er is binnen de branche geen gemeenschappelijke stem die zegt
kinderporno te willen aanpakken, en onderzoek te willen doen naar oplossingen.
Met alle technische kennis die er is moet het uiteindelijk mogelijk zijn op termijn
methodes te ontwikkelen om kinderporno op Internet te verminderen. De branche
zou om te beginnen volledige medewerking kunnen verlenen aan de politie en OM
voor onderzoek. Zij zouden duidelijk stelling kunnen nemen om kinderporno op
Internet actief tegen te gaan – en dit uitgangspunt zouden ze ook in hun
voorwaarden naar klanten kunnen opnemen. Het emailadres van het Meldpunt zou
minstens op de homepagina’s van alle providers vermeld kunnen worden (met
link).
Momenteel beschouwen de meeste providers zichzelf als een postbode, die
brieven niet opent uit respect voor het briefgeheim. Dit is te verklaren uit de
ontstaansgeschiedenis van het Internet, een medium waar vrijheid van
meningsuiting en privacy bovenaan stonden. Door de enorme groei en veranderingen
in het gebruik van het Net mag dit niet langer de enige overweging zijn. Wat
ook de juridische aansprakelijkheid is van de providers (en die is momenteel
klein), kinderporno is een ernstig strafbaar feit waar van kinderen slachtoffer
zijn. Dat leidt op zijn minst tot een morele verantwoordelijkheid om binnen
eigen terrein zoveel mogelijk inspanning te leveren om deze misdaden tegen te
gaan. Privacy van de daders is in dat geval totaal irrelevant.
Via de NLIP werken providers mee aan diverse meldpunten. Dit is echter
maar een klein aspect. Een vorm van toezicht op het elektronisch verkeer zou
een tweede aspect moeten zijn (dit moet uiteraard ook duidelijk worden vermeld
aan de klanten). Het ontwikkelen van technieken om kinderporno op te sporen is
een volgende stap. De prijs hiervoor zal betaald moeten worden door de
consument; gratis diensten staan dan ook niet in verhouding tot de plichten van
de provider. Wij stellen voor dat in ieder geval binnen de branche zelf een
werkgroep wordt gevormd van mensen die zich hiervoor in willen zetten – om
gezamenlijk te komen tot een volgende stap.
Moeten nieuwsgroepen die illegaal materiaal bevatten wel of niet
geblokkeerd worden? Er is geen wettelijke verplichting – maar aan de andere
kant kan de provider strafbaar zijn als hij weet dat er daadwerkelijk sprake is
van de verspreiding van kinderporno.
Nieuwsgroepen die expliciet op kinderpornografie gericht zijn (zoals de
lijst op pagina 4), zullen per definitie geblokkeerd moeten worden. Dit biedt
echter geen sluitende oplossing. Diegenen die toch in deze nieuwsgroepen willen
kunnen daar via een openbare nieuwsserver of het buitenland toch terecht. De
enige oplossing is het wereldwijd verwijderen van de titels van deze groepen.
Aangezien bijna alle landen ter wereld[45]
het Verdrag van de Rechten van het Kind hebben ondertekend, is discussie
hierover in wezen zinloos.
Wat betreft het blokkeren van overige nieuwsgroepen die niet expliciet
op kinderpornografie gericht zijn, maar waar wel af en toe kinderporno voorkomt:
het belangrijkste is dat het traceren van verdachte gebruikers mogelijk blijft.
Daartoe zal het misschien niet in alle gevallen zinvol zijn om hele
nieuwsgroepen te blokkeren; hoewel uiteraard de doorgave van strafbaar
materiaal onmogelijk gemaakt moet worden.
Voor opsporing heeft de politie naam, adres en woonplaatsgegevens
nodig. Deze zullen in veel gevallen geleverd moeten worden door de providers.
Dit verliep enige tijd op vrijwillige basis, tot een uitspraak van de
politierechter in Roermond hier een einde aan maakte, door te stellen dat het
onderzoek onrechtmatig was omdat er een gerechtelijk bevel aan uitlevering van
gegevens vooraf moest gaan. Daarop adviseerde de NLIP haar leden niet meer mee
te werken zonder bevel van de rechter, zolang er geen duidelijke vrijwaring van
aansprakelijkheid is voor de providers. In het hoger beroep dat op deze zaak
volgde besliste het Hof dat de mogelijke privacyschending niet zo zwaar was dat
daarop bewijsuitsluiting moest volgen – het bewijs was rechtmatig verkregen (en
dus volgde een veroordeling). Het Hof heeft hiermee de noodzaak van de
tussenkomst van de rechter niet bevestigd, noch ontkend. Waarschijnlijk moeten
we ervan uitgaan dat het soms wel, en soms niet nodig is, het afhankelijk is van
omstandigheden (bijvoorbeeld de ernst van het feit).
De moeizame verkrijging van de NAW-gegevens vertraagt de opsporing, terwijl snelheid geboden is om het juiste bewijs te pakken te krijgen, dat op Internet zeer snel vernietigd kan worden. Providers kunnen als beheerder van een personenopslagsysteem waarop een privacy reglement rust, zelf de afweging maken of zij in het algemeen belang de informatie kunnen verstrekken. De Wet staat dat namelijk toe. De opsporingsautoriteiten vinden echter, dat zij vanwege het opsporingsbelang geen informatie over hun onderzoeken kunnen verstrekken aan de providers; zij verlangen dat de aanbieders accepteren dat zij (de opsporingsautoriteiten) die afweging maken. De aanbieders zouden dan op grond van die afweging de verlangde gegevens moeten verstrekken ten behoeve van de opsporing. Bij eventuele klachten van de zijde van degene van wie de gegevens verstrekt zijn is de overheid dan ook verantwoordelijk voor de eventuele schade. De providers gaan hier echter niet mee akkoord en willen zelf de afweging maken om de NAW-gegevens over te dragen – maar zij willen dat ook in die situatie de overheid verantwoordelijk blijft voor eventuele schade.
De NLIP wil bij justitie eerst vrijstelling krijgen van vervolging in
geval van verstrekking van de gegevens-zonder-bevel. [46]
De aanbevelingen tot wetswijzigingen van de Commissie Mevis maken al deze
discussies overbodig.
Aanvankelijk waren de ISP’s niet bereid log-gegevens vast te houden. Of zeiden in ieder geval dit niet te doen. Met als argument: privacybescherming van de klant, alsmede het enorme beslag op de geheugencapaciteit. Voor de opsporing kunnen deze gegevens echter van belang zijn. Op dit moment wordt een beperkte set gegevens voor korte tijd vastgehouden voor hun eigen systeembeheer. Via de Telecommunicatiewet heeft justitie vervolgens de mogelijkheid over deze gegevens te beschikken. De verplichting tot het wel of niet vasthouden van log-gegevens is in de Nederlandse wetgeving niet geregeld, en het gebeurt nu op vrijwillige basis.
Aftappen kan in de Nederlandse situatie alleen ten aanzien van openbare
telecommunicatie; het gaat dus over de consument die het Internet op gaat. Dit
is dus anders bij besloten netwerken (bedrijven e.d.) – alles wat zich daarbinnen
afspeelt valt niet binnen het begrip “openbare telecommunicatie”.
Het aftappen van consumenten is sinds 15 april 2001 wettelijk mogelijk.
Voor het aftappen is toestemming van de rechter-commissaris nodig.. Het voldoen
aan de wettelijke eisen betreffende tapmogelijkheden en opslag van gegevens is
technisch nog niet rond bij de providers; zij stellen dat de technische
specificaties nog niet duidelijk zijn. Verder is er grote onvrede over de
(hoge) kosten die door de bedrijven zelf gedragen moeten worden. Dit argument
is niet geheel valide omdat de kosten uiteraard doorberekend kunnen worden aan
de gebruikers.
Private netwerken mogen niet getapt worden. Er zijn een aantal gesloten
netwerken in Nederland; het grootste is Serv, een voorziening voor de universiteiten.
Uitwisseling van materiaal binnen dit netwerk is uiteraard wel mogelijk. Er
zullen dus ook mogelijkheden voor aftappen moeten komen voor particuliere
netwerken.
Filters kunnen door de klant worden gekocht, of door een provider
worden gebruikt. Echter: filters zijn nooit 100% betrouwbaar. Het beste filter
in Nederland (Solcon) houdt 89% tegen. De kwaliteit van de filters hangt af van
vele aspecten. De beste filters worden dan ook geleverd door bedrijven die
principiële keuzes hebben gemaakt en vanuit hun bedrijfsethiek waarborgen
willen geven.
Vanuit justitieel oogpunt kunnen er bezwaren zijn tegen programma’s die
automatisch materiaal van Internet halen. Beeldmateriaal vormt immers één van
de juridische bewijzen van het misdrijf.
De overheid moet zorgen dat providers hun medewerking juridisch kunnen
verlenen. Er kan soms sprake zijn van een tegenstrijdige situatie wat betreft
bepaalde gegevens: voor de politie is het nodig dat de feiten nog enige tijd op
het Net blijven zodat zij tijd hebben het bewijs rond te krijgen – maar als de
provider melding doet van het strafbare feit is hij zelf formeel strafbaar als
hij het niet meteen verwijdert. Een kinderpornosite zou in het belang van
onderzoek bewaard moeten worden, maar ontoegankelijk gemaakt.
Om de controverses op te lossen betreffende uitwisseling van
NAW-gegevens en het melden/bewaren voor politieonderzoek van gegevens is de
NLIP in gesprek met de overheid om tot een convenant te geraken. Hierdoor
zouden gegevensuitwisseling en samenwerking verbeterd worden. Na anderhalf jaar
is er echter nog geen overeenstemming. Wel heeft het OM toegezegd providers te
zullen vrijwaren als zij door foute informatie van justitie ten onrechte
gegevens zouden verstrekken.
Knelpunten:
-
De Internetbranche neemt niet genoeg verantwoordelijkheid voor de
verspreiding van kinderporno. Samenwerking tussen ISP’s, politie en overheid
loopt niet. De politie is afhankelijk van gegevens van de ISP’s; deze zijn niet
snel genoeg in het verstrekken van de gegevens. De overheid heeft nog niet
gezorgd voor een sluitend systeem.
-
Het is en blijft een probleem om te achterhalen wat in het besloten
gedeelte van Internet (emails, chatboxen en gesloten netwerken) gebeurt. Hier
zal een oplossing voor gezocht moeten worden.
-
De identiteit van de emailer is soms niet te achterhalen (zoals in
hotmail accounts). Politie en justitie moeten echter kunnen beschikken over de
gegevens van diegenen die een strafbaar feit plegen. Hier moet een (politiek)
antwoord op komen (nota bene: een vaste telefoonaansluiting of een mobiel
abonnement kan men alleen maar aanvragen met identificatiebewijs; waarom niet
bij een internetaansluiting?).
-
De technische vooruitgang maakt het mogelijk foto’s te manipuleren. Ook
voor de ‘gewone’ consument worden deze technieken steeds meer toegankelijk. Er
is bijvoorbeeld de ‘encryptiemethode’ steganografie: dat betekent dat er op het
Net een foto van bijvoorbeeld een bloem te zien is, waar (bijvoorbeeld) een
kinderpornofoto in verborgen ligt, die met de juiste code ontcijferd kan
worden. Deze techniek wordt zo verfijnd dat zelfs voor experts nauwelijks te
zien is of het een codefoto betreft.
Ter illustratie van de bovenstaande
discussiepunten volgen twee artikelen uit een Nederlandse en een Britse krant.
Deze betreffen Operation Landmark, een van de grootste internationale
politieacties in de bestrijding van kinderporno op Internet in november 2001.
De unieke operatie werd gecoördineerd door de Britse National Crime Squad, en
kon plaatsvinden door de medewerking van Demon Internet, een Britse provider,
die de politie dertig nieuwsgroepen heeft laten monitoren voor langere tijd
(normaalgesproken zijn providers in Groot-Brittannië niet verplicht informatie
over gebruikers langer dan 72 uur vast te houden). Het grote belang van de
medewerking van providers, en de problemen daarbij, komen duidelijk naar voren
in onderstaande artikelen.
A nasty global problem - a welcome
success on net paedophilia
The police operation yesterday was the culmination of 16 months' work and
the world's biggest collaboration of police forces: they tracked down 129
paedophile suspects in 19 countries from the UK to Korea. So far, it appears to
be a remarkable success, but it also exposes the daunting complexity of
combating the huge scale of child pornography unleashed by the internet.
The truth is that child porn used to be extremely rare and very hard to
find, but in the last few years, the net has changed all that. In this case,
over 60,000 images showing explicit sexual abuse of children under 16 were
downloaded and traded on 33 newsgroups. The operation also shows the difficulty
of tracking the people who used these newsgroups - out of thousands who have
visited them - only 129 could be traced to a geographical address.
Disturbingly, there was also evidence that paedophiles were becoming more adept
at concealing their tracks.
Also worrying is the increasing evidence that these paedophile
newsgroups - about 100 regularly carry illegal material, another 300 or so
occasionally do so out of thousands of newsgroups - are more than simply a way
of exchanging images. The paedophiles swap anecdotes about alleged incidents of
child abuse pass on tips about how to "groom" a child as well as
technical information about how to protect their anonymity on the net.
Investigators in the US last year found that of 800 men who visited such
newsgroups, 36% were active child abusers. Also, the rate of identifying the
children involved in making these horrific images is tiny. Thus both the users
and the creators of these images are often actually committing child abuse, not
just fantasising about it. That outweighs the traditional hostility among many
to any form of control of the net.
So what can be done? It is accepted that wiping it off the net
completely is impossible. A step such as insisting that all Internet service
providers block offending newsgroups (as most well-known ISPs in this country
do) would be a start, but it would not stop determined paedophiles using
servers based abroad.
This is a problem, which stretches beyond national borders; the US
produces around 60% of net child porn. Probably the most effective response is
developing and funding the police expertise in tracking this complex computer
crime and crucially, the co-operation from the ISPs - both of which were
evident yesterday.
Uit: The Guardian, 29-11-01
Er lopen momenteel
minstens tien opsporingsonderzoeken naar kinderporno in Nederland.
Verschillende politiekorpsen proberen mensen te traceren die op internet
kinderporno verspreiden of verhandelen. De onderzoeken zijn ongeveer een maand
geleden gestart, Het is nog onduidelijk wanneer de eerste verdachten worden
aangehouden. Justitie stuit op verzet van Internetproviders die weigeren mee te
werken bij het vaststellen van de identiteit van verdachte cliënten. Dit zegt
een woordvoerder van het landelijk parket.
Gisteren zijn in 19
landen in totaal 130 mensen opgepakt in een wereldwijde operatie tegen handel in kinderporno op internet. Het
Britse National Criminal Squad dat de operatie coördineerde trof de laatste
maanden zo’n 60.000 nieuwe
pornografische afbeeldingen op het net aan. Deze ‘grootste politionele
samenwerking ter wereld’, aldus de Britse politie, was toegespitst op 440
regelmatige bezoekers van sites, die ook in de beelden handelen. Slechts
weinigen konden worden getraceerd, omdat de meesten een valse naam gebruikten.
De aanhoudingen werden verricht in G.B., België, Frankrijk, Duitsland, Israël,
Italië, Portugal, Rusland,, Spanje, Zweden, Turkije, V.S., Canada, Australië,
Nieuw-Zeeland, Japan, Taiwan en Zuid Korea. Nederlandse opsporingsdiensten
hebben wel meegeholpen bij het onderzoek, maar hebben zelf geen arrestaties
verricht.
De woordvoerder van het
landelijk parket zegt dat in deze zaak in Nederland eerder al drie
huiszoekingen zijn verricht in Meppel, Nijmegen en Dordrecht. Toen werd één
verdachte aangehouden.
Wanneer de ‘minstens
tien’ onderzoeken afgerond zijn, kan de zegsman niet zeggen.
Justitie klaagt over de
geringe animo bij Internetproviders om gegevens van verdachten beschikbaar te
stellen waardoor de identiteit van verdachte surfers zou kunnen worden
vastgesteld. “Kennelijk vinden de providers de strafbare feiten niet ernstig
genoeg om mee te werken”, aldus de woordvoerder van het landelijk parket.
Justitie is in gesprek met providers. Als de gesprekken niets opleveren,
overweegt justitie providers via de rechter te dwingen persoonlijke gegevens
van verdachten over te leggen.
Directeur Hans Leemans
van de branchevereniging Nederlandse Internet Providers vindt het verwijt van
justitie uitermate vreemd en raar. De privacywet verbiedt volgens Leemans zelfs
het verstrekken van persoonlijke gegevens. Ín het verleden moesten providers
schadevergoedingen betalen aan voormalige cliënten, nadat het doorspelen van
gegevens aan justitie wel tot hun arrestatie had geleid maar niet tot
veroordeling. Leemans: We proberen met justitie al drie jaar lang een convenant
op te stellen over de vrijwaring van aansprakelijkheid. De tekst ligt bij
justitie, maar zij reageert er niet op. Het openbaar ministerie weigert de
aansprakelijkheid op zich te nemen.
De Britse onderzoekers
vonden de pornografische afbeeldingen nadat Internetproviders hun toegang
hadden verschaft tot hun servers en nieuwsgroepen.
Zo konden zij ook archieven van de nieuwsgroepen raadplegen.
Uit: NRC, 30-11-01
10. DE REGERING
Op het wereldcongres over commercieel seksueel misbruik van kinderen in
1996 in Stockholm hebben de 122 deelnemende landen zich gecommitteerd aan een
actieplan. Dit heeft in Nederland in juli 1999 uiteindelijk geleid tot ontstaan
van het NAPS: het Nationaal Actie Plan Aanpak Seksueel Misbruik Kinderen.[47]
Het Actieplan richt zich op de integrale aanpak van het probleem, en omvat dus
vele disciplines. In het plan wordt ook aandacht besteed aan de bestrijding van
kinderpornografie.
De vraag is echter of het budget toereikend is voor de brede aanpak.[48]
Het NAPS is een goede aanzet; het plan pakt een groot aantal gebieden aan en
heeft onderzoeken in werking gesteld. Desalniettemin zei de Minister van
Justitie bij de bespreking van dit Plan in de Tweede Kamer op 17 mei 2000: ‘Ik
vind dat het belang van het kind in Nederland soms wel heel erg voorop staat.
Het belang van privacy en het gezin zouden wel eens wat meer gewogen mogen
worden.’ Een uitspraak die in tegenspraak is met de mening van vele
deskundigen. Deze wordt onder andere verwoord in een van de hoofdpunten van het
RAAK-manifest: ‘Aanpak van kindermishandeling gaat boven de privacy van ouders.
Het belang van de gezonde ontwikkeling van het kind gaat voor.’[49]
Knelpunten:
- Een aantal departementen heeft te maken met kinderporno en Internet.
De ISP’s en dus verspreiding vallen onder VenW; het veiligheidsbeleid valt
onder Binnenlandse Zaken, opsporing en vervolging onder Justitie, en de
hulpverlening onder VWS. Het is duidelijk dat een overkoepelende en
coördinerende instantie zeer gewenst is. De GVAK was een goede aanzet, maar dit
zal verder vervolg behoeven.
- Ook in het voorstellen van wetten ziet men de hokjesgeest
weerspiegeld. Ieder wetsvoorstel heeft met zijn ‘eigen’ kamercommissie te
maken. Zo kan het zijn dat er wetgeving doorheen komt waarbij justitie de
bevoegdheid krijgt om te infiltreren, maar nog steeds niet tot het opvragen van
de simpele NAW-gegevens.
- Een ander voorbeeld is de Surf-op-Safe campagne vanaf oktober 2001,
een initiatief van de Ministeries van Economische Zaken en V&W, met veel
overheidsgeld[50]. Zij hebben
nooit contact opgenomen met de het Meldpunt Kinderporno en ECPAT, terwijl deze
al in 1999 de Surf Safe campagne hadden opgestart, een feit waar het Ministerie
van Justitie van op de hoogte was. Overigens is de Surf-op-Safe campagne van de
overheid ontstaan vanuit de commercie, gericht op de bescherming van de privacy
en persoonsgegevens, en niet vanuit het belang van de bescherming van kinderen.
Er is in de campagne niet of nauwelijks aandacht voor kinderen, de kwetsbaarste
groep op Internet.
11. NEDERLANDSE WETGEVING
Momenteel is het juridisch kader voor bestrijding, toezicht, opsporing
en handhaving nog niet toereikend. Er zijn wetsvoorstellen gedaan die daar
verandering in kunnen brengen; zie hieronder. Een opmerkelijk punt is dat de
verspreiding van kinderpornografie nationaal en internationaal strafbaar
gesteld wordt, maar dat de aansprakelijkheid van de service providers voor het
grootste gedeelte wordt uitgesloten.
Het strafbaar stellen van kinderpornografie
In 1986 kwam art. 240b Wetboek van Strafrecht tot stand. ‘Het’ artikel
betreffende kinderpornografie. Dit artikel is 1-2-’96 ingrijpend gewijzigd, met
name door de verhoogde straf, van drie maanden naar vier jaar. Dit had een
aantal gevolgen: verruiming van dwangmiddelen, mogelijkheid tot inbeslagneming,
vereenvoudiging bewijs. De tekst van het huidige artikel:
Artikel 240b WvSr
1.
Met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of een geldboete van de
vijfde categorie wordt gestraft degene die een afbeelding – of een
gegevensdrager bevattende een afbeelding – van een seksuele gedraging, waarbij
iemand die kennelijk de leeftijd van zestien jaar nog niet heeft bereikt, is
betrokken, verspreidt, openlijk tentoonstelt, vervaardigt, invoert, doorvoert,
uitvoert of in voorraad heeft.
2.
Niet strafbaar is degene die een dergelijke afbeelding in voorraad
heeft waarvan vaststaat dat hij deze voor een wetenschappelijk, educatief of
therapeutisch doel gebruikt.
3.
Met een gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of een geldboete van
de vijfde categorie wordt gestraft degene die van het plegen van een van de
misdrijven omschreven in het eerste lid, een beroep of een gewoonte maakt.
De Hoge Raad stelde in het arrest van 21-4-98 (NJ782) dat ook het
enkelvoudig bezit van kinderporno voor eigen gebruik strafbaar is. Het woord
‘kennelijk’ in het eerste lid duidt aan dat de leeftijd niet precies bewezen
hoeft te worden.
Het artikel is gebaseerd op bescherming van het kind. De ‘seksuele
gedraging’ op de afbeelding wordt dus gerelateerd aan het karakter en de
context van de afbeelding zelf, en niet van de reactie van de toeschouwer. Voor
sommigen heeft een plaatje uit een kinderkledingadvertentie immers al het
effect van kinderporno. Dit verschil is belangrijk, omdat daardoor geen
definitie gevonden kan worden die zowel voor het strafrecht als de
hulpverlening van toepassing is. In de hulpverlening immers gaat men uit van de
belevingswereld van de (toekomstige) pleger.
Het internationale ILO verdrag tot verbod en uitbanning van
kinderarbeid is in juni ’99 aanvaard. Hierin komt kinderpornografie ook aan de
orde. Om dit te kunnen ratificeren moet Nederland enige wijzigingen doorvoeren
in de nationale wetgeving. In kamerstuk 27745 worden de volgende wijzigingen
voorgesteld, die naar verwachting in 2002 worden ingevoerd.
-
De leeftijdsgrens voor seksueel misbruik wordt verhoogd van 16 naar 18
jaar.
-
Het klachtvereiste vervalt, en vervangen door een hoorrecht voor
kinderen tussen 12 en 16.
-
Virtuele kinderporno strafbaar. Hoewel hier geen kinderen voor
misbruikt worden, betekent het feit dat je kinderen op die manier afbeeldt dat
je ze in het algemeen degradeert tot lustobject; je creëert een markt voor dit
soort dingen, en dus ook voor het creëren van echte kinderporno. Erotische
tekeningen vallen hier niet onder.
-
Seksuele exploitatie van kinderen zonder dat seksueel contact heeft
plaatsgevonden met een andere persoon wordt strafbaar gesteld (exploiteur max.
6 jaar; klant max. 4 jaar)
Sinds ’99 is artikel 250a Wetboek van Strafrecht van kracht, gericht op
seksuele uitbuiting. Dit artikel geeft aanzienlijke hogere straffen. Onder
eerste het lid, punt 5 valt commerciële kinderpornografie: ‘Met gevangenisstraf
van ten hoogste zes jaren of geldboete van de vijfde categorie wordt gestraft,
degene die opzettelijk voordeel trekt uit seksuele handelingen van een ander
met een derde tegen betaling, indien die ander minderjarig is’. Deze straf kan
worden verhoogd tot acht jaar als de minderjarige jonger is dan 16 jaar; en
verhoogd naar 10 jaar als in dat geval de feiten gepleegd worden door twee of
meer verenigde personen.
Opsporing en handhaving
Naast het strafbaar stellen van kinderporno, moet ook de opsporing
bevoegdheden hebben. De huidige wet is niet toereikend om kinderporno op
Internet in Nederland voldoende te kunnen bestrijden. Er is een aantal punten
dat gewijzigd moet worden.
In mei 2001 is het Rapport ‘Gegevensvergaring in strafvordering’ van de
Commissie Mevis verschenen. De Commissie doet hierin aanbevelingen om, simpel
gezegd, de wet aan te passen aan het huidige informatietijdperk. Het voert te
ver om een samenvatting van het rapport op te nemen, maar kort gezegd zijn de
bevoegdheden in het Wetboek van Strafvordering niet toereikend voor
noodzakelijke strafvorderlijke gegevensvergaring; oftewel: de wet schiet te
kort.
De knelpunten die de Commissie registreert zijn onder meer dat
gegevensvergaring in de praktijk veelal plaatsvindt op basis van
vrijwilligheid; dat de bereidheid om gegevens te verstrekken wisselend is; dat
de bewaartermijnen uiteenlopen; dat houders toenemend vragen krijgen over
gegevens wat ook kosten met zich meebrengt. Onder andere aanbieders van
kinderporno kunnen nog anoniem blijven (NAPS).
De voorstellen van de commissie omvatten onder andere:
-
Een bevoegdheid tot het vorderen van identificerende gegevens (NAW etc)
voor de opsporingsambtenaar; ofwel: iedere agent kan voor iedere verdenking van
enig strafbaar feit de NAW-gegevens opvragen. De commissie vindt dit een
dergelijke lichte vorm van privacyschending dat dit veel gemakkelijker moet
kunnen dan tot nu toe mogelijk is. Een bevoegdheid tot het vorderen van
‘andere’ gegevens voor de Officier van Justitie
-
Een bevoegdheid tot het vorderen van toekomstige gegevens voor de Officier van Justitie na machtiging
van de rechter-commissaris.
-
Een bevoegdheid tot het vorderen van het bewerken van gegevens (b.v.
analyseren, vergelijken, combineren) voor de Officier van Justitie na
machtiging van de rechter-commissaris.
-
Een bevoegdheid tot bewaren van gegevens in speciale gevallen (bv. in
geval van traceren van kinderporno op Internet) voor de hulpofficier van
Justitie. Het voorstel is de gegevens veertien dagen toegankelijk te houden.
Deze vorderingen worden geflankeerd door een aantal voorzieningen als
schriftelijk aanvragen, vergoeding van de kosten, beklagregeling, verplichting
tot medewerking bij ontsleuteling.
De eis van dubbele strafbaarheid
Daders moeten berecht kunnen worden, ook als ze hun daden buiten eigen
land begaan hebben. In Nederland stuit dat op een probleem: de eis van dubbele
strafbaarheid. Deze wettelijke eis stelt dat het gepleegde feit niet alleen in
Nederland, maar ook in het buitenland een strafbaar feit moet zijn wil een
Nederlandse dader vervolgd kunnen worden. Verder moet het in het buitenland
verkregen bewijs ook aan de Nederlandse normen voldoen – ook vaak een moeilijk
punt. Ten derde, als de dader zich nog in het buitenland bevindt, moet deze ook
nog worden uitgeleverd aan Nederland en vraagt dat dus om de medewerking van
het land in kwestie. Vooralsnog heeft de Minister gesteld dat hij dit niet wil
veranderen (kamerstuk 27745, 2001) – een merkwaardig standpunt gezien het feit
dat Nederland op zijn vingers is getikt door de Commissie voor de Rechten van
het Kind op dit punt.[51]
Overigens doen verschillende kinderrechtenorganisaties al jaren tevergeefs een
beroep op de Minister om dit punt te wijzigen.
De eis van dubbele strafbaarheid moet per direct komen te vervallen,
omdat het kan tegenhouden dat zaken voor de rechter komen. Anderzijds zal de Nederlandse regering
moeten aandringen op goede en adequate wetgeving in andere landen, zodat de
uitgangspunten van het Verdrag van de Rechten van het Kind wereldwijd
gewaarborgd worden.
12. INTERNATIONAAL
Hoewel er internationale consensus bestaat over het feit dat
kinderporno bestreden moet worden, is er grote verdeeldheid over de manier
waarop. In sommige landen bestaat nauwelijks wetgeving tegen seksueel misbruik
van kinderen. In andere landen bestaan er zulke grote taboe’s over het
onderwerp dat er nauwelijks over gesproken kan worden. Sommige landen zien
filtering als de oplossing, andere (met name Westerse) landen zijn niet bereid
om in te leveren op hun vrijheid van meningsuiting. De discussie over de
verantwoordelijkheid voor de inhoud van Internet is ook nog niet afgesloten;
hoewel momenteel de weegschaal doorslaat naar het uitsluiten van de
verantwoordelijkheid van service providers (tenzij ze op de hoogte zijn van het
strafbare feit).
De aanpak en vervolging van daders is ook niet internationaal geregeld.
In Nederland kan men zaken alleen aanpakken als het gepleegde feit in Nederland
plaatsvond, of als de dader een Nederlander is en het gepleegde feit ook in het
land in kwestie strafbaar is (de eis van dubbele strafbaarheid). Dit maakt
uiteraard het fundamenteel aanpakken van kinderporno op Internet zeer moeilijk.
Men is afhankelijk van goede samenwerking met andere landen, zowel wat
betreft onderzoek, verzamelen van bewijs, als uitlevering. Dit kan nogal van
land tot land verschillen. Ironisch genoeg schijnt samenwerking met de USA (de
grootste producent van kinderporno) moeilijk te zijn. Zij willen zaken in eigen
hand houden en geven geen feed-back over een melding (een klacht die ook door
agenten van Scotland Yard geuit wordt). Aan de andere kant werken zij wel in
eigen land aan de bestrijding. Dit kan zeker niet van alle landen gezegd
worden. Japan bijvoorbeeld, een grote producent van kinderporno, doet in eigen
land weinig aan bestrijding. Dit zou ook te maken kunnen hebben met het feit
dat dit land een sterke ‘maffia’ heeft, die betrokken is bij de productie van
kinderporno. Het Oostblok vormt ook een groot probleem. Daar wordt ook veel
kinderporno vervaardigd. Er lijkt wel een verbetering op te treden, die
misschien te maken heeft met het feit dat het Oostblok meer naar Europa trekt.
Met een aantal Europese landen is de samenwerking erg goed, bijvoorbeeld de UK
en Frankrijk.[52]
Interpol wordt ingeschakeld bij opsporing in het buitenland. Binnen
Interpol is een Interpol Standing Party on Offences Against Children actief.
Deze groep van deskundigen wisselt informatie en ervaringen uit ter bestrijding
van (commerciële) seksuele uitbuiting van kinderen. Vooral de bestrijding van
kinderporno heeft veel aandacht gekregen. De lijnen zijn kort en er wordt
effectief samengewerkt. In mei ’98 organiseerden Interpol en ECPAT
International een conferentie in Lyon over kinderporno en Internet,[53]
waaraan ook enkele experts uit de computerbranche deelnamen. Vanuit hun
bezorgdheid over de grote en groeiende hoeveelheid kinderporno op Internet, de
gemakkelijke verkrijgbaarheid, en het feit dat pedoseksuelen zo intensief
gebruik maken van het medium, kwamen zij tot de conclusies[54]:
-
Dat het vervaardigen van voldoende wetten en mogelijkheden voor
wetshandhaving internationaal aangepakt moeten worden.
-
Dat in de maatschappij: gezorgd wordt dat ouders en onderwijzers
kinderen kunnen begeleiden op Internet;
het welzijn en bescherming van kinderen het belangrijkste uitgangspunt
vormt in de discussies over het gebruik van Internet; het gebruik van
meldpunten bevorderd wordt.
-
Dat de computerbranche software moet ontwikkelen en verbeteren om
kinderpornografie op Internet te laten blokkeren of filteren door ISP’s
(promote the development of improved anti-virus type software for filtering or
blocking child pornography on the Internet through the ISP’s by means of a
regulary-updated central data base with child pornography image fingerprints);
de branche moet meewerken met wetshandhavinginstanties; er ‘codes of conduct’[55]
moeten worden ontwikkeld waarin prioriteit wordt gegeven aan de bescherming van
kinderen.
- Op 20 november 1989 werd door de Algemene Vergadering van de VN het
Verdrag van de Rechten van het Kind unaniem aangenomen, en in september 1990
trad het in werking. In Nederland is dit verdrag op 8 maart 1995 van kracht
geworden. Inmiddels is het Verdrag door bijna alle landen geratificeerd,
behalve de VS en Somalië. Op 25 mei 2000 is het Optioneel Protocol van dit
verdrag door de Vergadering van de VN aangenomen en door onder andere Nederland
ondertekend (maar nog niet geratificeerd). Hierin worden de begrippen kinderhandel,
kinderprostitutie en kinderpornografie nader omschreven.
Artikel 34 van het
Verdrag
De Staten die partij
zijn, verbinden zich ertoe het kind te beschermen tegen alle vormen van
seksuele exploitatie en seksueel misbruik. Hiertoe nemen alle Staten die partij
zijn met name alle passende nationale, bilaterale en multilaterale maatregelen
om te voorkomen dat:
a.
een kind ertoe wordt aangespoord of gedwongen deel te nemen aan
onwettige seksuele activiteiten;
b. kinderen worden
geëxploiteerd in de prostitutie of andere onwettige seksuele praktijken;
c. kinderen worden
geëxploiteerd in pornografische voorstellingen en pornografisch materiaal.
- ILO-verdrag tot verbod en uitbanning van kinderarbeid (in juni ’99
aanvaard). Hierin komt kinderpornografie ook aan de orde. Zie hierboven
(Nederlandse wetgeving).
- Raad van Europa: Convention of Cybercrime, november 2001. Dit heeft
een speciaal artikel gewijd aan (virtuele) kinderpornografie, artikel 9, waarin
de productie, het aanbieden, de verspreiding, verkrijging en bezit strafbaar
zijn gesteld. Verder wordt ingegaan op strafvorderlijke bevoegdheden waarin
landen moeten voorzien en bijzondere procedures van rechtshulp.
Er zijn diverse EU uitspraken van toepassing op kinderporno en
Internet. De belangrijkste is de Richtlijn inzake de elektronische handel.[56]
Hierin wordt de aansprakelijkheid van providers geregeld. Door de sterke lobby
van de handel binnen de EU is deze zeer gunstig gesteld voor de providers.
Verantwoordelijkheid is uitgesloten
voor stromende gegevens, ‘caching’ (tijdelijke opslag) en hosting. Er is pas
sprake van aansprakelijkheid als er opslag is op de harde schijf (i.g.v.
hosting-services bijvoorbeeld) én er een redelijk vermoeden is van een
strafbaar feit (dus bijvoorbeeld als bij de provider gemeld is). Er is geen
verplichting om toezicht te houden, noch om actief te zoeken naar feiten of
omstandigheden die duiden op illegale activiteiten. Wat er moet gebeuren tussen
de tijd dat de provider kennis heeft van het strafbare feit, en de verwijdering
is niet duidelijk. De politie heeft tenslotte tijd nodig om het bewijs te
vergaren; en zolang zal de provider niets moeten doen.
Verder is er een voorstel voor een Kaderbesluit van de Raad ter
bestrijding van seksuele exploitatie van kinderen en kinderpornografie van
januari 2001.[57] Voor de
aansprakelijkheid van providers wordt echter verwezen naar de Richtlijn inzake
elektronische handel.[58]
Het genoemde kaderbesluit stelt alleen aansprakelijkheid voor providers ‘when
they commit child pornography offences for the benefit of the service
provider’. [59]
Verder te noemen zijn het Gemeenschappelijk standpunt van de Raad
inzake onderhandelingen over het verdrag van cybercriminaliteit (27 mei ’99);
het besluit van de Raad ter bestrijding van kinderpornografie op Internet (29
mei ’00) en de actieprogramma’s STOP (stimulerings- en uitwisselingsprogramma
op het gebied van de mensenhandel en de seksuele uitbuiting van kinderen) en
Daphne (programma ter bestrijding van geweld tegen vrouwen en kinderen). Dit is
geen volledige opsomming. Europol zou een grotere rol kunnen spelen, maar
hiervoor is nog geen structuur. Het is nog in oprichting, en over het
functioneren kan nog niets zinnigs gezegd worden.
Concluderend kan men zeggen dat er binnen de EU belangstelling is voor de problematiek van kinderpornografie op Internet, dat er bezorgdheid over is, en dat gepoogd wordt de wetgeving van de lidstaten te harmoniseren. [60]Dit leidt echter niet tot nieuwe concrete stappen in de bestrijding voor Nederland. Europa zal meer moeten doen dan alleen intenties verklaren. Het is duidelijk dat binnen de EU veel mogelijk is. In korte tijd is de omschakeling naar de Euro tot stand gebracht, wat zijn reflecties heeft tot in alle hoeken van de handel. Het is dus zeker mogelijk om eensgezind, en concreet, noodzakelijke stappen te nemen om voor kinderen op te komen en in ieder geval kinderporno op Internet tegen te gaan. Het ‘enige’ dat nodig is, is een andere manier van denken, waarin de belangen van het kind, ofwel de toekomst, volledig geïntegreerd zijn. Als deze belangen in strijd zouden zijn met andere belangen, zoals commercieel succes, dan zullen de eerste zwaarder moeten wegen. Dat is een politieke keuze.
-
Er is grote verdeeldheid over de aanpak van de bestrijding van kinderporno
op Internet.
-
Men is afhankelijk van goede samenwerking met andere landen voor
opsporing en handhaving.
-
Er zijn vele internationale intentieverklaringen, maar de feitelijke
‘vertaling’ per land vindt lang niet altijd, of zeer langzaam, plaats.
INHOPE
Een positief initiatief is INHOPE, het forum van Europese meldpunten,
opgezet om samenwerking tussen meldpunten te vergemakkelijken.[61]
De leden zijn acht Europese Internet meldpunten die zich bezighouden met de
bestrijding van illegale content van Internet (waaronder het Nederlandse
Meldpunt Kinderporno, één van de medeoprichters). De missie van INHOPE is
kinderpornografie op Internet te elimineren, en kinderen (‘young people’) te
beschermen tegen schadelijk en illegaal gebruik van het Internet. Dat doet men
door middel van de uitwisseling van expertise; het ondersteunen van nieuwe
meldpunten; de uitwisseling van rapportages; contact houden met relevante
initiatieven buiten de EU; educatie en voorlichting aan beleidsmakers, vooral
op internationaal niveau. Zie voor meer informatie www.inhope.org
“Both Interpol and ECPAT seek increased cooperation with the
computer industry. We are aware that some sections of the computer industry
have been extremely defensive on the issue of child pornography, as if to say:
‘don’t blame us, it’s not our fault, we can’t do anything’. We wish to make it
clear that we do not apportion blame; we are only interested in the protection
of children, and we seek to work together with the industry in a spirit of
coordination.” [62]
13. KINDEREN, PREVENTIE EN
HULPVERLENING
De aanpak van kinderpornografie op Internet op het gebied van preventie
en hulpverlening valt binnen een veel groter kader van kindermishandeling. Dit
onderwerp is zeer groot, en valt buiten het kader van dit rapport. Er wordt in
dit hoofdstuk toch kort aandacht aan besteed, omdat kinderen is waar het
eigenlijk om gaat.
Als maatschappij zijn wij met elkaar verantwoordelijk voor het welzijn
van onze kinderen. Wij zullen dan ook ten eerste alles moeten doen om te
voorkomen dat kinderen misbruikt en mishandeld worden, en ten tweede, als het
toch gebeurd, moeten zorgen voor voldoende hulpverlening om het kind op te
vangen en te helen, en voorkomen dat het kind eventueel zelf dader wordt (de
cirkel doorbreken).
Er zal meer moeten worden gedaan aan preventie van misbruik van
kinderen in het algemeen[63].
Hierin spelen opvoeding, ouders/verzorgers en scholen een grote rol. Het is in
eerste instantie aan hen om kinderen te begeleiden en weerbaar te maken.
Graag verwijzen wij naar de tien punten van RAAK[64],
omdat in de aanpak van dit initiatief tegen kindermishandeling werkelijk in de
diepte wordt gekeken, en aan de oorzaken wordt gewerkt. Deze punten zijn:
1. Geweld tegen
kinderen is ontoelaatbaar.
2. Alle volwassenen
hebben de maatschappelijke plicht hulp op gang te brengen door
kindermishandeling te melden.
3. Aanpak van
kindermishandeling gaat boven de privacy van de ouders. Het belang van de
gezonde ontwikkeling van het kind gaat voor.
4. Elke ouder heeft
recht op opvoedingsondersteuning in de vorm van opvoedgeld, opvoedinformatie en
opvoedhulp.
5. Kinderen en
opvoeders hebben recht op zorg als de ontwikkeling van het kind wordt bedreigd.
6. Het beroepsmatig
leren werken met kinderen dient verbeterd, beroepsmatig werken met kinderen
beter betaald.
7. Scholen dienen
aandacht te geven aan de persoonsontwikkeling van hun leerlingen. Het kind is
naast leerling ook persoon en burger.
8. De rechten van het
kind moeten uitgaande van het Verdrag inzake de Rechten van het Kind van de VN
in de grondwet worden opgenomen.
9. Het kind heeft recht
op eigen verantwoordelijkheden.
10. Een aparte minister
voor jeugdbeleid is vereist.
Wat de hulpverlening betreft, al in ’98 signaleerde de Werkgroep
Kinderprostitutie en Kinderporno Nederland dat er te weinig deskundigheid is
over kinderporno.[65]
Terwijl kinderporno een specifiek aspect kent: het bewijsmateriaal is voor
altijd aanwezig, en het slachtoffer is zich bewust van het feit dat de beelden
van het misbruik nog steeds verspreid worden. Het is nooit meer te verwijderen
van Internet. Sites kunnen worden afgesloten, maar de plaatjes duiken altijd
wel weer ergens op. Dit is nooit uit te wissen en heeft levenslange
traumatische gevolgen voor de meeste slachtoffers. Het maakt het verwerken en afsluiten
buitengewoon moeilijk. De wetenschap dat er pornofoto’s of video’s circuleren,
werkt als een constante bedreiging en roept intense schaamte en machteloosheid
op. Het kind wordt naar believen blootgesteld aan de wereld zonder dat het daar
enige invloed op kan uitoefenen. Naast de psychische en fysieke gevolgen heeft
het kind ook nog eens te maken met een omgeving die vaak met onbegrip, ongeloof
of stigmatisering reageert. Gerichte hulp aan ouders, verzorgers, is dan ook
zeer belangrijk, want hoe je als ouders met je kind omgaat is allesbepalend
voor het kind.
De hulpverlening voor kinderen heeft tegenwoordig één deur: de Bureaus
Jeugdzorg. De vraag is of dat een verbetering is: achter die deur bevindt zich
nog steeds dezelfde doolhof, en een keuze is er niet meer. Een groot probleem
is dat seksueel misbruik geen specialisme is binnen de gezondheidszorg en
Jeugdzorg heeft hier geen specifieke aandacht voor. Seksueel misbruik van
kinderen is geen officieel aanmeldprobleem, omdat de diagnoses meer gedrags-
dan oorzaaksgericht zijn. Men kan dus alleen binnenkomen onder een bestaand
probleem, bijvoorbeeld ‘opvoedproblemen’. Maar de oorzaak van het probleem
wordt hiermee niet aangepakt; en juist bij seksueel misbruik is de vraag vaak
niet duidelijk. De zorg voor misbruikte kinderen en hun omgeving vergt een
speciale attitude van hulpverleners; en sommigen twijfelen of Jeugdzorg is
toegerust voor zulke complexe zaken van mishandeling. Volgens een deskundige
heeft dit ook te maken met de visie in het overheidsbeleid: deze is meer
gericht op het beschermen van de maatschappij tegen overlast dan op het
waarborgen van het belang van het kind. En minderjarige slachtoffers
veroorzaken nu eenmaal nauwelijks maatschappelijke overlast; althans niet
direct waarneembaar. Bovendien zijn het moeilijke zaken, waar niet iedereen zin
in heeft of mee om kan gaan.
Er is te weinig hulpverlening, en te lange wachttijden. Een oplossing
hiervoor kan zijn het idee om ‘kindercentra’ op te zetten: een centrum naast
een ziekenhuis waar politie, justitie en hulpverlening voor kinderen alle
aanwezig zijn. Hierdoor is er meer mogelijkheid voor overleg, en hoeft een kind
misschien maar één keer zijn verhaal te vertellen in plaats van telkens
opnieuw, zoals nu het geval is. Dan kan meteen adequate hulp geboden worden op
elk gebied. De gedachte achter de kindercentra stelt kinderen op de eerste
plaats. Dat is het enige juiste uitgangspunt.
Het op tijd en goed behandelen van kinderen moet een absolute
prioriteit zijn. Dit heeft tevens een preventief karakter: onderzoek toont aan
dat ongeveer een derde van de slachtoffers op oudere leeftijd zelf dader wordt.
Een Engels onderzoek laat zien dat van kinderen die voor hun zevende zijn
misbruikt, acht jaar later 60% agressief of gevaarlijk is, of seksueel
afwijkend gedrag vertoont. Een derde van de kinderen heeft later psychologische
begeleiding nodig.[66]
Knelpunten
-
Gebrekkige signalering van misbruik van kinderen (niet alleen in de
hulpverlening, maar ook op scholen, gezondheidszorg, maatschappelijke groepen,
etc.). Daarnaast rust er een behoorlijk maatschappelijk taboe op het melden van
seksueel misbruik van kinderen; er is een terughoudendheid en schaamte om
(vermoedens van) misbruik en mishandeling te melden. Teveel mensen accepteren
van alles en houden hun mond.
-
De hulpverlening is niet voldoende toegankelijk voor slachtoffers van
misbruik, en er zijn te lange wachttijden. Bovendien is er geen gerichte hulp
voor slachtoffers van kinderpornografie, en er is te weinig kennis over deze
problematiek.
-
Kinderen hebben gemakkelijk toegang tot Internet – maar kunnen zij ook
overweg met de ‘volwassen’ aspecten als seks en geweld.
Kinderen
zijn even weerloos als taai. Zij kunnen niet als volwassenen de bakens verzetten en
een nieuw leven beginnen; zij kunnen, als zij klein zijn, hun gevoelens niet
onder woorden brengen, zij kunnen niet in hun levensonderhoud voorzien, zij
zijn in ieder opzicht afhankelijk van de band met hun ouders. Buiten het
ouderlijk huis is er niets, geen warmte,
geen geborgenheid, geen zekerheid. Instinctief beseffen ze dat hun
liefde voor de ouders levensnoodzakelijk is, want zonder liefde en wedergegeven
liefde is het anker van hun bestaan weg. Kinderen zijn tegen veel kwetsuren
bestand. Ouders moeten wel bijzonder onbetrouwbaar en kwaadwillig optreden
willen de kinderen de onzekerheid van de eigen vleugels veilig achten.[67]
Twee zusjes van 11 en
14 pleegden ontucht met tientallen kleine kinderen. Ondanks meldingen van
verschillende ouders bij de politie, Riagg en de Raad voor de
Kinderbescherming, kon het misbruik jarenlang ongehinderd doorgaan. De
betrokken instanties zeiden dat ze niet alle feiten kenden en bovendien hadden
gedaan wat ze konden. Op de vraag wie verantwoordelijk was voor het falende
beleid, beschuldigenden de instanties elkaar.[68]
14. SAMENVATTING EN
CONCLUSIE
Kinderpornografie is het gevolg en de oorzaak van misbruik van kinderen. Internet heeft de verspreiding en vervaardiging van kinderporno aanzienlijk gemakkelijker gemaakt.
De laatste jaren is de aandacht voor de bestrijding van
kinderpornografie op Internet in Nederland gegroeid. Maar nog lang niet
voldoende, zoals in het voorgaande te lezen is. Fundamentele oplossingen zijn
er alleen in de combinatie van complete internationale samenwerking, de bereidheid
van de branche om dit probleem goed aan te pakken, de stem van de maatschappij
om dit niet langer te tolereren (waarbij voorlichting essentieel is!) en
aandacht voor preventie. In Nederland heeft de GVAK een belangrijke bijdrage
geleverd aan de positieve ontwikkelingen binnen politie en OM. Zoals u kunt
lezen zijn binnen deze disciplines ook nog verbeteringen nodig. Maar de overige
spelers in het spel lopen verder achter. Per hoofdstuk wordt hieronder een
korte samenvatting gegeven en worden de knelpunten herhaald, gevolgd door
aanbevelingen.
Het Internet
Vrijheid van meningsuiting wordt nog altijd gezien als het hoogste goed
van het Net. De Internetgebruikers vormen gezamenlijk de
Internet’maatschappij’.
Wat is kinderporno
Cijfers zijn nauwelijks te geven. Het is onbekend hoeveel
kinderpornografie voorkomt op Internet, en hoeveel kinderen hier slachtoffer
van worden.
-
Er is geen wet tegen kinderpornografische tekeningen, noch teksten.
Aangenomen wordt dat tekeningen/afbeeldingen van echte scènes wel strafbaar
zijn.
-
Kinderpornografische tekeningen en teksten uitdrukkelijk strafbaar
stellen.
Melden van kinderporno
Kinderporno op Internet kan gemeld worden bij het Meldpunt Kinderporno,
of kan worden aangegeven bij de politie. Alle meldingen moeten direct bij de
politie terechtkomen, zodat zij het bewijsmateriaal in handen kunnen krijgen.
Voor de Internetgebruiker is het geen vanzelfsprekendheid om (vermoedens van)
kinderporno te melden/aan te geven. Terwijl dat noodzakelijk is – het Internet
is zo groot dat de politie nooit alleen in staat zal zijn om alles te vinden.
Knelpunten
-
Het Meldpunt Kinderporno: is een burgerinitiatief – dat betekent dat
aangifte doen niet kan, en ze verder ook geen bevoegdheden hebben op het gebied
van opsporing. Bij het Meldpunt kunnen alleen zaken van het openbare gedeelte
van Internet worden gemeld.
-
Politie: weet de ‘gewone’ agent precies welke (technische) gegevens
nodig zijn voor effectieve opsporing op Internet?
-
Providers: doen lang niet altijd iets met de melding, en het komt ook
nog te vaak voor dat de dader gewaarschuwd wordt, of simpelweg de pagina
geblokkeerd wordt zonder dat er iets met de melding gedaan is. Dan is er geen
bewijs; zonder bewijs is vervolging onmogelijk.
-
Voor de Internetgebruiker is het niet een vanzelfsprekend gegeven om
(vermoedens van) kinderporno te melden (schroom, taboe, niet willen weten?).
Verder weten mensen niet altijd waar en hoe gemeld kan worden.
-
Het creëren van een centraal overheids(politie)meldpunt in samenwerking
met het bestaande meldpunt. Daar moet de mogelijkheid komen van aangifte én
melden; zodat ook kan worden gemeld wat er op de private kant van Internet
gezien wordt. Vanuit een dergelijk meldpunt, gericht op het bestrijden van
kinderporno, kan ook voorlichting worden gegeven.
-
Providers zullen alle meldingen moeten doorgeven aan de politie of het
Meldpunt, voorzien van alle juiste gegevens.
-
Er moet een maatschappelijke ‘code of conduct’ gecreëerd worden dat het
vanzelfsprekend is om (vermoedens van) kinderporno te melden.
-
Invoering van een meldplicht (eventueel anoniem) voor hulpverleners,
maatschappelijk werkers, artsen en scholen bij (het vermoeden van) seksueel
misbruik van kinderen.
De politie
Het raamwerk van de politie is inmiddels zo verbeterd dat het in staat
is kinderporno op te sporen en alle meldingen/aangiftes in behandeling te
nemen. Naast opsporingsmogelijkheden is er een surveillancedienst ingesteld,
maar deze werkt nog op een laag pitje. Er is een database ontwikkeld, en er
zijn samenwerkingsverbanden. Voor een aantal zaken blijven zij afhankelijk van
de providers.
-
Om volledig onderzoek te kunnen doen is de politie afhankelijk van de
medewerking van de Internet providers. Dit loopt niet. De politie heeft hen nodig
voor het verstrekken van gegevens, voor bijzondere opsporingsdiensten, voor
bepaalde technische zaken als het ontcijferen van encryptie.
-
Er is momenteel te weinig technische kennis bij de algemene politie.
Dit probleem zal op termijn verdwijnen, als het beheersen van computers niet
meer iets ‘exclusiefs’ zal zijn. Het opsporen van kinderporno is niet een baan
voor het leven, het werk is emotioneel zwaar, en naar men zegt voor goede
IT-ers technisch niet interessant genoeg; los daarvan wordt er veel meer
verdiend in het bedrijfsleven dan bij de politie.
-
Via de opleiding en door vervolgcursussen moeten goede IT-ers worden
opgeleid; en navenant betaald.
-
Genoeg wettelijke voorzieningen om providers tot samenwerking te
dwingen.
Het Openbaar Ministerie
De instelling van de zedenaanspreekofficieren vormt een goede basis
voor het opbouwen van expertise en mogelijkheden tot samenwerking, maar er moet
meer gedaan worden aan het continueren van de opgebouwde kennis.
-
De functie van zedenaaspreekofficieren wordt nog
niet overal hetzelfde ingevuld, en tot op heden zijn er discussies over de
inhoud van de taak. Werk en overleg zouden makkelijker zijn als dit meer op
elkaar afgestemd is.
-
Zedenzaken zijn niet de populairste binnen het OM. Daarnaast wordt job
rotation gestimuleerd. Dit leidt er toe dat deze officieren vaak de jongste
ovj’s zijn, en kort op hun plek blijven. Hierdoor is er minder mogelijkheid om
goede netwerken op te bouwen en te onderhouden. Kennis gaat verloren door de
snelle wisseling van zedenaanspreekofficieren. Dit is overigens ook een klacht
van externe partners van het OM.
-
Er wordt vaak geen tijd of niet genoeg tijd vrijgesteld voor de
vergaderingen en overlegstructuren die deze functie met zich meebrengt. Dit
leidt tot frustraties en onvermogen als mensen wel willen maar geen tijd hebben
om het werk zo in te vullen als wenselijk is en plannen uit te voeren.
-
Zorgen dat de functie van zedenaanspreekofficieren goed wordt ingevuld,
met goed gemotiveerde mensen. Zorg dragen voor goede coördinatie en
continuiteit.
-
Een methode ontwikkelen om de kennis die in huis is effectief te
ontwikkelen en te gebruiken in de praktijk.
De rechter, het vonnis
De rechter kijkt vanuit een wettelijk kader. Er is soms te weinig
inzicht in de achterliggende sociale factoren. Daderhulp is essentieel.
-
Gelijksoortige zaken worden soms te verschillend berecht.
-
De gewoonte om lager te straffen dan de officier vraagt
-
Hulp aan daders wordt te weinig opgelegd, en is niet voldoende ontwikkeld.
-
Er ontbreekt een goed opvang en controle systeem voor daders die
terugkeren in de maatschappij.
-
Meer uniformiteit in berechting
-
Daders moeten altijd behandeld worden, gericht op terugval-preventie.
Nadruk op motivatie van de daders. Langdurig begeleiden, ook na
invrijheidsstelling.
-
In geval van belangenconflict, moeten de belangen van het kind zwaarder
wegen dan de belangen van de dader
De Internet Providers
Internetproviders volgen de wet, en doen niet meer dan dat. Maar hun
kennis en mogelijkheden zijn nodig voor effectieve bestrijding van kinderporno
op Internet. Binnen deze branche ligt dan ook de grootste taak.
-
De Internetbranche neemt geen eigen verantwoordelijkheid voor het
tegengaan van de verspreiding van kinderporno.
-
Samenwerking tussen providers, politie en overheid loopt niet. De
politie is afhankelijk van gegevens van de providers (NAW-gegevens en
log-gegevens). De overheid heeft niet gezorgd voor een sluitend systeem avn
gegevensverstrekking en bewaartermijnen.
-
Het is en blijft een probleem om te achterhalen wat in het besloten
gedeelte van Internet (emails, chatboxen en gesloten netwerken) gebeurt. Hier
zal een oplossing voor gezocht moeten worden.
-
De identiteit van de emailer is niet altijd te achterhalen (bijvoorbeeld
in hotmail accounts). Politie en justitie moeten echter kunnen beschikken over
de gegevens van diegenen die een strafbaar feit plegen.
-
De technische vooruitgang maakt het mogelijk foto’s te manipuleren. Ook
voor de ‘gewone’ consument worden deze technieken steeds meer toegankelijk. Via
de ‘encryptiemethode’ steganografie bijvoorbeeld is op het Net een foto van een
bloem of iets dergelijks te zien, terwijl er met de juiste code een
kinderpornofoto uit ‘ontcijferd’ kan worden. Deze techniek wordt zo verfijnd
dat zelfs voor experts nauwelijks te zien is of het een codefoto betreft.
Aanbevelingen
-
De Internet- en computerbranche heeft een maatschappelijke
verantwoordelijkheid. Ze moet een standpunt formuleren over de inhoud
(‘content’) van Internet waarin de belangen van het kind geïntegreerd zijn. Dit
moet duidelijk verwoord worden in de voorwaarden, zodat dit voor klanten
zichtbaar is.
-
De identiteit en adresgegevens van iedere Internetgebruiker moet te
achterhalen zijn. Om dit te vergemakkelijken, stellen wij voor dat iedere
Internetaansluiting moet worden aangevraagd met een identificatiebewijs; net
als bij de vaste telefoonaansluiting en een mobiel abonnement.
-
Er moet een wettelijke verplichting komen om samen te werken met
justitie in het geval van opsporing van misdaden jegens kinderen op Internet.
-
Er moeten duidelijke afspraken komen rond het verstrekken en bewaren
van gegevens door providers.
-
De Internet- en computerbranche moet gezamenlijk een systeem van
toezicht ontwikkelen op illegale inhoud van Internet.
-
Providers moeten een wettelijke aansprakelijkheid krijgen voor de
inhoud van Internet.
-
Hosting-servers moeten 100% wettelijk aansprakelijk worden gesteld voor
de content die via hen op Internet gaat.
-
De homepage van iedere provider moet een link hebben met het
(overheids-)meldpunt.
-
Er moet actief gewerkt worden aan de ontwikkeling van een filtersysteem
om kinderporno bij de providers te onderscheppen.
Regering en Nederlandse wetgeving
Het juridisch kader voor bestrijding, toezicht , opsporing en
handhaving betreffende kinderpornografie op Internet is niet toereikend. Er
zijn wel wetswijzigingen op komst, maar deze zijn niet voldoende. De regering
heeft een taak in het tot stand brengen van een goede samenwerking tussen
providers en politie/justitie.
-
Gegevensvergaring bij providers ten behoeve van opsporing is niet
wettelijk geregeld.
-
Bewaartermijnen voor gegevens is niet wettelijk geregeld.
-
Internetgebruikers kunnen anoniem handelen.
-
De eis van dubbele strafbaarheid
-
Voorgestelde wetswijzigingen moeten worden ingevoerd.
-
De voorstellen van de commissie Mevis moeten worden omgezet in wetten.
-
De overheid heeft een belangrijke taak in voorlichting en preventie.
Ouders en scholen moeten goed worden voorgelicht over het gebruik en de
problemen van Internet, zodat zij kinderen kunnen begeleiden.
-
Er moet een aparte Minister voor Jeugdzaken komen (zie het initiatief
van de RAAK).
-
Internationaal aandringen op samenwerking ter bestrijding van
kinderpornografie op Internet.
-
Een werkgroep/denktank creëren in samenwerking met de computer- en
Internetbranche en NGO’s om te zoeken naar concrete oplossingen voor
kinderporno op Internet.
-
De eis van dubbele strafbaarheid betreffende misdaden jegens kinderen
moet vervallen.
Internationaal
Internationale samenwerking is essentieel in de bestrijding van
kinderporno op Internet. Er zijn internationaal vele intentieverklaringen
gedaan, maar deze hebben nog niet geleid tot concrete internationale
maatregelen in de praktijk; ook niet in de EU.
-
Internet is een internationaal en onafhankelijk medium, dus is
internationale consensus vereist voor de bestrijding van illegaliteit en
misdaden.
-
Er bestaat grote verdeeldheid over de aanpak van de bestrijding van
kinderporno op Internet.
-
Men is afhankelijk van goede samenwerking met andere landen voor
opsporing en handhaving.
-
Er zijn vele internationale intentieverklaringen, maar de feitelijke
‘vertaling’ per land vindt lang niet altijd, of zeer langzaam, plaats.
Aanbevelingen
-
Verder ontwikkelen van internationale wetgeving, waarbij experts en
niet politici de voornaamste rol moeten spelen. Aanbevelingen door deze
‘denktanks’ dienen overgenomen te worden door de regeringen. (Zie bijvoorbeeld
de expertmeeting van Interpol en ECPAT Int. in Lyon in ’98.) Om dit voor elkaar
te krijgen, zullen NGO’s en maatschappij druk moeten uitoefenen.
-
Binnen de EU moet een aparte eenheid komen die zich bezighoudt met de
bestrijding van kinderporno op Internet. Hierin moeten landen gaan samenwerken,
waarbij de landen die meer doen de andere landen kunnen meenemen.
-
Internationale overeenstemming over het afsluiten van nieuwsgroepen die
expliciet gericht zijn op pedoseksualiteit (zie de voorbeelden in de
Inleiding), én verwijderen van deze namen uit de nieuwsgroepenlijst.
Kinderen, preventie en hulpverlening
Als maatschappij zijn wij met elkaar verantwoordelijk voor het welzijn
van onze kinderen. Er zal meer moeten worden gedaan aan preventie van misbruik
van kinderen in het algemeen, en goede hulpverlening. Deze is nu niet voldoende
toegerust om slachtoffers van kinderpornografie te begeleiden.
De zorg voor misbruikte kinderen en hun omgeving
vergt een speciale attitude van hulpverleners; en sommigen twijfelen of
Jeugdzorg is toegerust voor zulke complexe zaken van mishandeling. Volgens een
deskundige heeft dit ook te maken met de visie in het overheidsbeleid: deze is
meer gericht op het beschermen van de maatschappij tegen overlast dan op het
waarborgen van het belang van het kind.
TOT SLOT EEN ANDERE
INVALSHOEK
DE DRIJFVEER WAARUIT HET
RAPPORT GESCHREVEN IS
Kinderpornografie op Internet is het gevolg en de oorzaak van seksueel
misbruik van kinderen, een ernstige schending van de fundamentele rechten van
het kind, zoals bijna de hele wereld heeft onderschreven in het Verdrag van de
Rechten van het Kind en talloze andere resoluties Het is een zaak vàn en voor de gehele samenleving.
Immers kindermishandeling leidt tot grote persoonlijke en maatschappelijke
schade, die in termen van leed nauwelijks uit te drukken en in termen van geld
vrijwel onbecijferbaar is. Hoewel de risico's voor kindermishandeling bekend
zijn, wacht de samenleving en de politiek af tot die risico's tot veelal
onherstelbare schade voor het kind hebben geleid.[69]
Internet vormt een spiegel van de maatschappij. Tijd en afstand hebben
een heel andere waarde gekregen; de andere kant van de wereld is slechts een
muisklik verwijderd. In zeer compacte vorm is er zichtbaar wat er leeft in de
wereld, en is alle informatie binnen handbereik. In feite is alle gedachtegoed
gematerialiseerd; goed én kwaad. Met de komst van dit prachtige medium is er
een heel nieuw terrein ontstaan waar seksueel misbruik van kinderen een riante
plaats heeft ingenomen.
Zo worden via het Net kinderen bekeken, gecontacteerd, aanbevolen, uitgewisseld en verhandeld. Worden kinderen nu, gisteren en morgen misbruikt, gefolterd en verkracht en levenslang getraumatiseerd. De afbeeldingen, films en teksten die gemaakt worden om zichzelf en elkaar op te geilen of er aan te verdienen blijven voor altijd circuleren op Internet, relatief eenvoudig voorhanden voor de geïnteresseerde. Er bestaan internationale netwerken gericht op deze misdaden, waarbinnen niet alleen ‘materiaal’ wordt uitgewisseld, maar ook technische en juridische adviezen om buiten het bereik van de wet te blijven. Om hoeveel kinderen het gaat, en om hoeveel misdadigers het gaat, weet niemand. Maar elk kind dat misbruikt wordt is een kind teveel.
Willen we dit tegengaan, dan zullen we moeten zien waar dit vandaan komt. Want de misdadigers die dit doen, gedijen in een klimaat dat wij mede in stand houden. Hebben wij, ‘u en ik’, niet zelf toegelaten dat vrijheid en tolerantie extreem zijn doorgeschoten, waardoor het makkelijk is onze ogen te sluiten? Er is schaamte om iemand aan te wijzen, zoals in het geval van de huisarts in Oss, die is veroordeeld wegens bezit van kinderporno, nadat hij al jaren werd verdacht van misbruik van kinderen, patiënten en sportpupillen; in die kleine gemeenschap durfde niemand hem aan te geven. Of een zwijgen, zoals in het geval van “senator Brongersma, over wie met eerbied wordt geschreven, zonder dat in de berichten nog ooit wordt vermeld dat de man een gigantische collectie kinderpornografie bezat. Wij verschuilen ons achter het gemak van “ze zullen er wel wat aan doen”, en achter het mom van de bescherming van privacy en de vrijheid van meningsuiting, zodat we een minister van Justitie handhaven die in mei 2000 nog durfde zeggen: ”Ik vind dat het belang van het kind in Nederland soms wel heel erg voorop staat. Het belang van privacy en het gezin zouden wel eens wat meer gewogen mogen worden.”
Het is een wereld die we gezamenlijk gecreëerd hebben, en dat zullen we met elkaar onder ogen moeten zien. Van daaruit kunnen we misschien zoeken naar nieuwe wegen. Veranderingen beginnen uiteindelijk bij bewustwording van het individu. Bij één mens die de moed heeft om “nee” te zeggen tegen ongewenste ontwikkelingen, die weigert de doofpot te vullen en voor wie het belang van alle kinderen zwaarder weegt dan het individuele eigenbelang of politieke overwegingen
Het wordt tijd voor een nieuwe revolutie, die de belangen van kinderen
verheft tot een eerste prioriteit.
Kinderen kunnen niet voor zichzelf opkomen, dus wij, volwassenen,
zullen het moeten doen, , zoals de feministen betere wetgeving voor vrouwen
hebben afgedwongen en de arbeidersbeweging betere werkomstandigheden. Dat is
zeer zeker niet alleen een taak van de overheid. Het vraagt van iedereen een
alerte houding en een bereidheid om tot actie over te gaan. Wij motiveren de overheid.
Als wij ons als burgers niet laten horen, dan onderneemt de politiek niets, dan
komt er geen geld voor de bestrijding, dan worden geen mensen opgeleid voor opvang van slachtoffers en voor
heropvoeding van daders, dan wordt er geen plaats ingeruimd in de kolommen van
kranten en tijdschriften om het probleem aan de orde te stellen. Wij hoeven
niet toe te staan dat de seksualisering van de maatschappij ons berooft van ons
grootste goed: het welzijn van onze kinderen.
Kinderpornografie op Internet is slechts een van de vele problemen die
kinderen betreffen. Met dit rapport hebben geprobeerd om daar inzicht in te
geven. Maar vooral willen we met dit rapport een oproep doen.
Een oproep aan de samenleving, om dit gegeven niet te tolereren. Om
verder te kijken, en zich bewust te worden van de pijn en het lijden waarop
onze zo vanzelfsprekende genoegens zijn gebaseerd. Geen enkele conventie of
handtekening voor de rechten van het kind zal helpen als wij niet met elkaar
werken aan een mentaliteitsverandering.
Een oproep aan de overheid, om de belangen van het kind voorop te
stellen, en daar met concrete besluiten vorm aan de geven.
En vooral aan het bedrijfsleven, de Internetbranche. Zij beschikken
over de kennis en de middelen om een veiliger Internet te creëren. Door deze
verantwoordelijke positie hebben zij bij uitstek de mogelijkheid om verandering
op gang te brengen. Om te investeren in de ‘grondstof’ van alle leven en
toekomst: kinderen.
Volgende acties van Stichting PROFIT FOR THE WORLD’S CHILDREN:
Samenwerking
tussen kinderrechtenorganisaties en de Internetbranche
Kinderpornografie is maar een van de problemen op Internet waar
kinderen bij betrokken zijn.
Hoe kunnen we zorgen dat kinderen veilig gebruik kunnen maken van
Internet, en dat zij beschermd worden tegen (kans op) misbruik en mishandeling.
Dit is een zaak van zowel kinderrechtenorganisaties (zij waarborgen het belang
van het kind) en van de branche (zij bezitten de technische kennis).
Profit for the World’s Children zet zich in voor de ontmoeting van deze
velden. Doel van het overleg zal zijn het zoeken naar concrete (technische en
maatschappelijke) oplossingen. Enerzijds kan hieruit een openbare
maatschappelijke discussie ontstaan, anderzijds wil PWC providers stimuleren
actief te gaan zoeken naar oplossingen vanuit hun maatschappelijke
verantwoordelijkheid.[70]
PWC heeft een aantal kinderrechtenorganisaties, waaronder ECPAT Nederland en
Save the Children en het Meldpunt benaderd, en tevens heeft PWC vele providers
gebeld met de vraag of ze zouden willen meedenken om te komen tot oplossingen
(met name vanuit hun technische kennis). Vier van hen hebben positief
gereageerd: Demon, Planet Media Group, Solcon en Freeler. XLNT Software, een
gespecialiseerd bedrijf dat diensten levert aan providers, wil eveneens actief
meedenken; ook de NLIP is bereid deel te nemen aan een dergelijk overleg.
Voorlichting
Melden en aangeven van kinderpornografie op Internet moet vanzelfsprekend zijn. Profit for the World’s Children zal een voorlichtingscampagne opzetten gericht op voorlichting over melden een aangeven van kinderpornografie op Internet.
Publiekscampagnes
Mentaliteitsverandering begint bij bewustwording. Daarom wil PWC publiekscampagnes opzetten gericht op bewustwording, in samenwerking met anderen. Het overkoepelende thema wordt gevormd door de schending van de fundamentele rechten voor het kind. Er zal uitgebreid aandacht zijn voor kindermishandeling, en kinderpornografie op Internet valt hier uiteraard ook onder.
Wij zoeken momenteel naar een marketingbureau dat de campagne
communicatief gaat maken
Uw mening
PWC nodigt u uit uw mening en ideeën te geven over het onderwerp
‘Kinderen en Internet’. Mail naar pwc@freeler.nl, of schrijf naar postbus 656,
2100 AR Heemstede.
SUMMARY
AND CONCLUSION
In the past years more attention has been paid
to fighting child pornography on the Internet in the Netherlands. However, as
can be read in the preceding text, this is still insufficient. Fundamental
solutions can only exist in combination with full international co-operation,
industry’s willingness to tackle this problem properly, society’s voice to no
longer tolerate it (for which providing information is essential) and attention
for prevention.
In the Netherlands, the GVAK (Joint Service
Against Child Pornography) has contributed significantly to positive
developments in the police departments and the public prosecutor’s office,
although further improvements could be made here. However the other parties are
still lagging further behind. Below follow the bottlenecks and recommendations
per chapter.
What is
child pornography
It is hardly possible to give figures. It is
unknown how much child pornography exists on the Internet. It is unknown how
many people are pedo-sexual.
-
The legal definition was created with regard to
the actual abuse of children. The law only becomes applicable after the harm
has been done. There are no legal means for prevention (aid) for potential
perpetrators.
-
There is no law preventing child pornographic
drawings or texts.
-
Government and social services must search
collectively to find methods to take action earlier against potential
perpetrators. Deviations can often be observed long before a perpetrator comes
into contact with the criminal justice system.
-
Expressly criminalise child pornographic
drawings and texts.
Reporting
child pornography
It is possible to report child pornography on
the Internet, either to the Child pornography reporting centre, or to the
police. However it is not always self-evident for Internet users to report
(suspected) child pornography. Nevertheless this is imperative because the
Internet is too vast that it is impossible for the police to find all child
pornography.
Bottlenecks
-
The Child pornography reporting centre: is a
civil initiative, no official reports can be made and it has no investigative
powers. It is only possible to report matters regarding the Internet’s public
domain to the reporting centre.
-
Police: does the ‘average’ policeman and woman
know exactly what type of (technical) information is needed to investigate
effectively on Internet?
-
Providers: do not always follow up on reports,
all too often the perpetrator is warned, or the Internet site is simply blocked
without anything being done with the report. This means no evidence;
prosecution is not possible without evidence.
-
Internet users do not always report (suspected)
child pornography. People are not always unaware of where and how to report it.
-
To create a central government (police)
reporting centre in co-operation with the existing reporting centre. It must be
possible to report and to notify, where it is also possible to report what
happens in the private domain of the Internet. The reporting centre can also
provide information aimed at prevention of child pornography.
-
Providers must pass on all notifications to the
police or the Child pornography reporting centre, along with all the correct
information.
-
A social code of conduct must be created which
makes it self-evident to report (suspected) child pornography.
-
Introduce an obligation for care providers,
social workers, doctors and school employees to report (possibly anonymously)
(suspected) sexual abuse of children.
The
police
The police framework has been improved to a
level that it is now able to track down child pornography and to deal with all
reports/notifications. A special surveillance service has been set up, in
addition to the investigative possibilities, but this is still operating at a
low level of activity. A database has been developed and co-operative networks
have been set up. They remain dependent on the providers with regard to a
number of matters.
-
The police is dependent on the co-operation of
Internet providers to be able to conduct full investigations. This is not
proceeding smoothly. The police needs their co-operation with regard to
providing information, special investigation services, and for certain
technical matters such as decoding encryption.
-
The general police departments do not have
sufficient technical know-how. This problem will disappear in the long term,
when proper command of computers is no longer an exclusive skill. It does
however remain a problem for the time being. Investigating child pornography is
not a job for life, the work is a heavy emotional burden, and it is said that
it is not technically interesting enough for IT personnel; furthermore, people
earn more in business than with the police.
-
Good IT staff must receive training and follow-up
courses, and be paid accordingly.
-
Sufficient statutory provisions to force
providers to co-operate.
The
Public Prosecutions Department
The establishment of vice contact-officers
forms a sound basis for building up expertise and the possibilities of
co-operation, but more effort must be put into securing the built-up know-how.
-
Vice officers: the position is not regarded in
the same way throughout the country. There are ongoing debates on the job
description of the vice contact-officers. Both the work and the debate would be
a lot easier if this were geared more to each other.
-
Vice cases are not always popular in the public
prosecutions department, where job rotation is encouraged. This means the
public prosecutors working in this department are often the most junior ones
and do not remain in the same position for very long. This means it is not easy
to develop solid networks and much knowledge is lost, resulting in discontent.
-
Often not, or not enough time is made available
for the meetings and consultations which this position requires, leading to
frustration and a sense of helplessness.
-
The Public Prosecutions Department has
sufficient know-how to be more effective than it has demonstrated itself to be.
-
Make sure that the job content of the position
of vice officer is properly described, fill positions with highly motivated
people. Provide good co-ordination and continuity. .
-
Design methods with which to develop in-house
knowledge effectively, to better apply it in practice.
The
judge, the judgement
The judge’s viewpoint is the legal framework.
Sometimes there is insufficient understanding of the social factors surrounding
the case. It is essential for perpetrators to receive help.
-
Similar cases are sometimes tried very
differently
-
Lower sentences than the public prosecutor is
asking for are usually handed out
-
Help for perpetrators has not been properly
developed, there are not enough possibilities for treatment
-
There is no proper aid or a checking system for
perpetrators returning to society.
-
More uniformity in judging cases
-
Perpetrators must always receive treatment,
also aimed at preventing regression. The emphasis must be on the perpetrator’s
motives. Long-term supervision also after the perpetrator has been released.
-
In the event of conflicts of interest, a
child’s interests must outweigh a perpetrator’s interests.
The
Internet Providers
Internet providers comply with the law, but do
nothing more. Their expertise and possibilities are needed to fight child
pornography on the Internet effectively. The biggest task lies within this
branch of industry.
-
The Internet industry does not take
responsibility to fight against the distribution of child pornography.
-
There is no co-operation between providers,
police and government. The police are dependent on information from providers.
The government has not provided a balanced system.
-
Finding out what happens in the closed domain
of the Internet (e-mails, chat boxes and closed networks) is and remains a
problem. A solution must be found for this.
-
It is not always possible to retrieve the
identity of the person who is sending or receiving e-mail. Police and
Prosecutors must have information on the person who has committed a criminal
act.
-
Technical advances make it possible to
manipulate photos, with these techniques also becoming more accessible for
average consumers. Via encryption methods it is possible to show a picture of a
flower on the Internet, for example, which becomes a child pornographic photo
when decoded. This technique is so refined that even experts can hardly see if
the photo is coded.
-
The Internet and the computer industry have a
social responsibility. They must formulate a standpoint on the contents of the
Internet integrating children’s interests. This must be spelled out clearly in
their conditions to be seen by all clients.
-
It must be possible to retrieve the identity
and address of every Internet user. To facilitate this, we propose that every
Internet connection must be applied for with proof of identification, in the
same way as with telephone subscriptions.
-
The Internet and computer industry must work
together to develop a system to supervise illegal content on Internet.
-
Providers must be given legal liability for the
content on the Internet.
-
Hosting servers must be held fully liable for
content which is put on Internet via them.
-
A legal requirement to co-operate with the
justice department when investigating criminal acts against children on the
Internet.
-
Every provider’s web site must be linked to a
(government) reporting centre.
-
A filter system must be developed to intercept
child pornography at the provider’s end.
Government
and Dutch legislation
The legal framework for fighting, supervision,
finding and enforcing as it regards child pornography on the Internet is
insufficient. Amendments to the law are in the making, but these are
inadequate. The government must see to it that providers and police/prosecutors
work closely together.
-
There is no law that providers must collect
data for the purpose of tracking down child pornography.
-
There is no legal requirement covering the
length of time that data must be stored.
-
Internet users can act anonymously.
-
The demand for dual criminality
-
Proposed amendments to existing laws must be
introduced.
-
The proposals of the Mevis committee must be
adopted.
-
The government has an important task in
providing information and in prevention. A way must be sought to supervise
potential perpetrators at an earlier stage. Parents and schools must be
informed properly about the Internet, so that they can supervise children.
-
The demand for dual criminality concerning
crimes against children must be terminated.
-
A separate Ministry for Youth Affairs is needed
(see the RAAK initiative).
-
Make demands for co-operation on an
international level to fight child pornography on the Internet.
-
Create a working group/ taskforce in
co-operation with the computer and Internet industry, and NGOs to search for
concrete solutions to child pornography on the Internet.
-
The demand for dual criminality concerning
crimes against children must be terminated.
International
International co-operation is essential in the
fight against child pornography on the Internet. International declarations of
intent have been made, but these have not yet resulted in international
measures in practice, including in the EU.
-
The Internet is an international and
independent medium, international consensus is thus needed to fight illegal
acts and crimes.
-
There is huge disagreement on how to tackle the
fight against child pornography on the Internet.
-
Those concerned are dependent on solid
co-operation with other countries for enforcement and investigation.
-
Many international declarations of intent have
been made, but these are not often, or very slow, enforced at the country
level.
Recommendations
-
International legislation must be further
developed, in which experts and not politicians play the key role. Governments
must adopt the recommendations by these think tanks. (See for example the
expert meeting of Interpol and ECPAT Int. in Lyon in 1998.) NGOs and society
must exert pressure to realise this.
-
A separate unit must be set up in the EU to
fight child pornography on the Internet. Countries must work together on this
allowing countries that have progressed further to bring along other countries.
-
International consensus on closing down
newsgroups aimed at pedo-sexuality (such as
alt.sex.paedophilia.boys etc.), and removing these names from the list
of newsgroups.
Children,
prevention and aid
As a society, we are all
responsible for the wellbeing of our children. More must be done towards
prevention of the abuse of children in general; and aid must be improved.
Social services are not capable of providing proper aid for victims of child
pornography.
LITERATUUR
- Kinderpornografie, de stand van zaken, Gemeenschappelijke Voorziening Aanpak Kinderpornografie, R.A.C. Bilo, F.M. Beekwilder, P.van Wijk, T.Houtman, 2000
- Kinderporno en kinderprostitutie in Nederland, de stand van zaken, Werkgroep Kinderporno en kinderprostitutie in Nederland, september 1998
- Nationaal Actieplan ‘Aanpak seksueel misbruik van kinderen’, Ministerie van Justitie, 21 maart 2000
- De toekomst van de zedenzorg in Nederland, slotdocument Implementatieproject Zedenzorg, Ministerie van Justitie, 25 april 2000
- Politieregio’s en zedenzorg, Ministerie van Justitie, 25 april 2000
- Seksueel misbruik van kinderen, informatiefolder, Prof. Dr. J. Frenken, februari 2001
- Gegevensvergaring in strafvordering, Rapport van de commissie Strafvorderlijke gegevensvergaring in de informatiemaatschappij, mei 2001
- Brief van de Minister van Justitie over bestrijding van seksueel misbruik en van seksueel geweld tegen kinderen, 29 december 2000
- Seksueel geweld, ministerie van Justitie i.s.m. Slachtofferhulp Nederland, 1998
- De bestrijding van seksueel geweld in Nederland, factsheet december 1996, ministerie van Justitie
- Een rampenplan voor zedenzaken, Lisette van Gurp, Transact, juli 2001
- Daderhulp in Nederland, P. van der Linden en M. Steketee, Transact, december 1999
- Strijden tegen seksueel misbruik betekent keuzen maken, L. van Gurp, 2001
- Stop kinderprostitutie, Merel Hoogendoorn, Terre des Hommes, november 2000
- Het kind van de rekening, Childright 1995
- Evaluatie 1998-1999, Meldpunt ter bestrijding van kinderpornografie op het Internet
- Children’s rights as a mirror of Dutch society, Kinderrechten Collectief, januari 1999
- The rough guide to the Internet, A.J. Kennedy, Londen, oktober 2000
- RAAK, beleidsplan 2001-2005
- De reisindustrie in de strijd tegen kinderprostitutie, ECPAT Nederland, Montezuma Special
- En ze noemen het liefde, Ireen van Engelen, De Geus, 1999
- Closing statement of the Child Pornography on the Internet Expert Meeting, Lyon, mei 1998
- Uit het jaarverslag 2000 van de directie wetgeving van het ministerie van Justitie: hoofdstuk 4, elektronisch rechtsverkeer.
- Considerations of reports submitted by state parties under article 44 of the Convention on the Rights of the Child - Concluding Observations of the Committee on the Rights of the Child, Netherlands; 22nd session 26-10-1999
- Algemeen Dagblad, 2-10-2000, Aanpak van kinderporno stagneert; Gestrafte pedofiel wacht volksgericht, Orkun Akinci en Fred Kramer
- Metro, 2-10-2000, Huisarts moet recht van aangifte kindermishandeling krijgen
- Nieuwsblad van het Noorden, 29-09-2000, Hausse aan ontuchtzaken is toeval
- Trouw, 12-10-2000, De zedenofficier belt geen oppas meer, Hans Marijnissen
- Trouw, 19-07-2001, Politie pakt ‘cybercrime’ aan
- Elsevier, 21-07-2001, Illusie van veiligheid, Hélène Schilders
- NRC, 30-09-2000, Stille samenzwering, Mariel Croon
- NRC, 30-05-01, Netwerk van kinderporno
- NRC, 07-11-01, Rechter Maastricht van bezit kinderporno verdacht
- NRC, 28-08-01, Na ontucht weer terug bij zijn stichting
- NRC, 13-04-00, Politiesurveillance op website ‘Martijn’
- NRC, 15-11-2000, Mishandeld kind moet voor privacy van ouders gaan
- NRC, 6-06-2001, Duizenden stuks kinderporno bij huisarts, Guido de Vries
- NRC, 23-01-1999, Unesco wil Internet zuiveren van kinderporno, Marie-José Klaver
- NRC, 20-06-1998, Verborgen verleiders, Marie-José Klaver
- Volkskrant, 31-05-2001, Ook Nederlanders in beruchte kinderporno-club, Kinderen in peepshows wordt strafbaar.
- Justitiekrant, nummer 10, 15-06-2001, Community notification creëert angst en eigenrichting
Sites voor verder lezen:
www.meldpunt.org www.inhope.org
www.surfsafe.nl www.info.fundp.ac.be/~mapi
www.ecpat.nl www.surfopsafe.nl
LIJST VAN AFKORTINGEN
AMK Advies- en Meldpunt
Kindermishandeling
ECPAT In 1990 opgezet als End Child
Prostitution in Asia Tourism, en in 1996 uitgebreid tot End Child Prostitution,
Child Pornography and the Trafficking of Children for Sexual Purposes – een
wereldwijde beweging met groepen in meer dan 45 landen, waaronder Nederland.
GVAK Gemeenschappelijke Voorziening
Aanpak Kinderpornografie
INHOPE The Association of Internet Hotline
Providers in Europe; overlegorgaan van Europese meldpunten.
IAP Internet Access Provider
ILO International
Labour Organisation
ISP Internet
Service Provider
KIDS Kinderporno Informatie Data Systeem
KLPD Korps Landelijke Politie Diensten
MAPI Mouvement Anti-Pédophilie sur
Internet
NAPS Nationaal Actieplan Aanpak Seksueel
Misbruik Kinderen
NAW naam-, adres- en woonplaats gegevens
NLIP Vereniging
voor Nederlandse Internet Providers
NGO Non
Gouvernementele Organisatie
OvJ Officier van Justitie
OM Openbaar
Ministerie
RAAK Reflectie- en Actiegroep Aanpak
Kindermishandeling, in 2000 opgericht door prof. dr. A. van Dantzig en mr. dr.
J. C. M. Willems onder auspiciën van Defence for Children International.
TBS Ter beschikking stelling
SKIM2000 Surveilleren
Kinderporno op Internet Methode
URL Uniform Resource Locator (het adres
van een web-pagina)
VICLAS Violent Crime Analysis System, een Canadees computersysteem voor de centrale registratie van moord- en zedenzaken die seriematig worden gepleegd.
PROFIT FOR THE WORLD’S CHILDREN
Vanuit verschillende achtergronden en vaardigheden
Vanuit een gemeenschappelijke liefde voor het kind en de
aarde
Vanuit de constatering dat kinderen overal ter wereld pijn
lijden
Vanuit de mening dat dit ons aller verantwoordelijkheid is
Vanuit de gedrevenheid hieraan iets te willen en te moeten
doen
Vanuit een gevoel van onmacht en het besef ergens te
moeten beginnen
Vanuit het plezier van samenwerken
hebben wij, na jaren van voorbereiding, op 15 oktober 1996
stichting Profit for the World’s Children opgericht.
Overal ter wereld zijn kinderen de dupe van
onwetendheid, onvermogen en onwil. Overal wordt hen stelselmatig hun
geboorterecht ontnomen, en worden zij alleen gelaten in de primaire vervulling
van hun wezen. Met elkaar aanvaarden we dat zij worden gebruikt als (lust)object,
eigendom en winstgevende handel. En dit onrecht kent geen grenzen. Daar waar
kinderen geen materiële nood lijden of misbruikt worden, ontberen zij wel
andere elementaire zaken. Waar kinderen in ontwikkelingslanden worden uitgebuit
als produktieslaven, worden kinderen hier door de commercie steeds jonger
gevormd tot ‘consumptieslaven’, om diezelfde produkten aan te slijten. Het
doorgronden van deze totaliteit maakt duidelijk dat de situatie van kinderen
nooit een losstaand vraagstuk is.
Profit for the World’s Children komt op voor de
fundamentele rechten van het kind. De achterliggende gedachte is dat zorg voor
kinderen geen kwestie is van toevallige liefdadigheid, maar van
verantwoordelijkheid. Een verantwoordelijkheid die ons allen aangaat.
De focus van de stichting is bewustzijn creëren, en
verborgen verbanden zichtbaar maken. Daarom beperken we ons in het werk van de
stichting niet tot een bepaald onderwerp. We moeten onze vleugels breed uit
kunnen slaan om alle onderwerpen aan de kaak te stellen. We beperken ons ook
niet tot het Verdrag van de rechten van het Kind (hoewel we dit absoluut
onderschrijven), maar het leed en onrecht reikt veel verder. Het bekend maken
van een verdrag is één ding. Het is ook nodig om het van ‘onderaf’ te laten groeien.
Het gaat er niet om de letter van de wet op te leggen, maar om de essentie van
het verdrag levend te maken. Dit gaat alle mensen en lagen aan. Vandaar dat ons
werk ook veel verschillende mensen bereikt. Dat is de ene keer een petitie in
de Tweede Kamer, de andere keer een brief aan de koning van Nepal. Het kan ook
een avond zijn in een buurthuis, of een ingezonden brief in de krant. Wat wij
doen is telkens iets onder de loep nemen, in de schijnwerper zetten, zodat het verborgene zichtbaar wordt.
De stichting initieert en steunt acties, projecten en organisaties die zich richten op structurele verbetering van de levensomstandigheden van kinderen, dus niet op noodhulp of kortstondige oplossingen. Onlosmakelijk hiermee verbonden is de doelstelling van PWC om via het verspreiden van kennis en informatie een mentaliteitsverandering op gang te brengen, want voor structurele verandering is allereerst bewustwording nodig. In alle gevallen streven wij naar bundeling en samenwerking.
[1] Uit: The Rough Guide to The Internet
[2] id.
[4] Uit: En ze noemen het liefde
[5] Zie pagina 28, artikel 240b Wetboek van Strafrecht, en art. 250a lid 1 punt 5
[6] Alle daders verschillen, maar grofweg kunnen zij worden ingedeeld in drie verschillende categorieën:
- de situationele dader (primaire voorkeur voor volwassen, maar gaat door omstandigheden seksuele contacten aan met één of meerdere kinderen)
- de antisociale dader (primaire voorkeur voor volwassenen, maar experimenteert graag en vaak en heeft weinig scrupules)
- de preferentiële dader (primaire seksuele voorkeur voor kinderen); in deze categorie bevinden zich de meeste afnemers van kinderpornografie. Zij zijn ook degenen bij wie de verzamelingen worden aangetroffen; vele preferentiële daders hebben een bijna obsessieve neiging tot het verzamelen van materiaal en vaak ook slachtoffers.
[7] Operation Cathedral
[8] Uit: Kinderpornografie, de stand van zaken, pg.75
[9] Uit de documentaire van Panorama op de BBC: ‘The Wonderland Club’, 11 februari 2001
[10] Dit kwam aan het licht in de ‘Wonderland’zaak
[11] Uit: Het kind van de rekening
[12] Uit: Kinderpornografie, de stand van zaken
[13] Zie: NRC 14-07-01 Fictieve kinderporno, verslag van de veroordeling van een man tot tien jaar gevangenisstraf wegens de productie van (sadistische) kinderpornografische verhalen in Ohio, USA.
[14] Uit: NRC 30-04-2001, MJ Klaver, Verborgen verleiders
[15] Uit gesprekken met deskundigen
[16] een schatting van de VN Mensenrechtencommissie uit 1998 (uit: Stop de kinderprostitutie)
[17] Uit: Kinderpornografie, de stand van zaken
[18] Uit: NRC, 6-06-2001, G.de Vries, Duizenden stuks kinderporno bij huisarts, en uit: VK 31-05-2001, Ook Nederlanders in beruchte kinderpornoclub.
[19] Bijvoorbeeld uit NRC 7-11-2001: ‘Een vice-president van de rechtbank van Maastricht wordt verdacht van het bezit van kinderporno.’, of NRC 28-8-01: Oud-voorzitter van de stichting Facta voor hoogbegaafden, die tijdens zijn hoger beroep weer bij de stichting ging werken.
[20] Uit: Seksueel misbruik van kinderen
[21] Uit: documentaire over pedoseksuelen in GB en de VS, Veronica ‘94; (geciteerd in Kinderpornografie, de stand van zaken, pg. 61).
[22] Uit: Sexual exploitation of children:resource menual, 1985, D.Campagna (geciteerd in Kinderpornografie, de stand van zaken, pg. 77).
[23] Uit: En ze noemen het liefde
[24] Uit: Childpornography, an investigation,
T.Tate, Methuen, 1990 (geciteerd in: kinderpornografie
de stand van zaken pg. 60)
[25] International Crime Forum, 2000, genoemd op www.inhope.org
[26] Uit: De reisindustrie in de strijd tegen kinderprostitutie, ECPAT Nederland, Montezuma Special
[27] De (bewustwordings-)campagne is gestart in maart 1999, met onder andere tips en uitgebreide informatie voor kinderen en ouders, gericht op het veilig gebruiken van Internet voor kinderen. Zie www.surfsafe.nl
[28] Zie ook hoofdstuk ‘Regering’, i.v.m. de Surf-op-safe campagne van de overheid
[29] Zie ook hoofdstuk Internationaal
[30] Uit: Reformatorisch Dagblad 20-09-00, Duitse politie tegen kinderporno in actie
[31] Uit: Volkskrant 14-4-2000 en NRC 13-4-2000
[32] Uit: Hidden victims – the sexual abuse of children, R.L. Geiser, Beacon Press, 1979
(geciteerd in: Kinderpornografie de stand van zaken, pg. 57)
[33] Deze wetswijziging wordt in 2002 verwacht
[34] Uit gesprekken met deskundigen
[35] Deskundigenrapporten
kunnen een rol spelen bij de beoordeling. Maar er
zijn maar een paar getuige-deskundigen, en de rechtbank is al blij dat ze
iemand te pakken kunnen krijgen. Er zijn geen kwaliteitseisen, hoewel dit wel
een wens is. Verder is er discussie over het feit dat het nodig is dat er een
‘opleiding’ voor getuige-deskundigen zou moeten komen.
[36] Zie onder andere: uit Trouw 12-10-2000, Hans Marijnissen: De zedenofficier belt geen oppas meer.
[37] Naar een schatting van Prof. Frenken krijgt niet meer dan 30% van de door justitie geziene delinquenten een behandeling: 5-7% tbs, en 23-25% ambulante behandeling. 70% krijgt alleen een sanctie. Uit: Justitiekrant, nummer 10, 15-06-2001, Community notification creëert angst en eigenrichting
[38] Uit gesprekken met deskundigen
[39] Uit: Seksueel misbruik van kinderen
[40] id.
[41] Mening stichting PWC
[42] Een voorstel dat enkele jaren geleden gedaan is door ECPAT UK
[43] Uit: Volkskrant 31-05-00
[44] Uit: Trouw, 12-10-2000, De zedenofficier belt geen oppas meer
[45] Behalve de Verenigde Staten en Somalië
[46] Overigens is in de telecomsector in al die jaren slechts één keer een provider (juridisch) aangesproken door degene wiens gegevens door hem verstrekt waren. Het is dus maar de vraag of de gevraagde voorzorgsmaatregelen in de praktijk werkelijk nodig zijn!
[47] Het NAPS is op 19-04-2000 aan de Tweede Kamer aangeboden, en zal eind mei 2002 worden afgesloten met een evaluatie. Uit de begeleidende brief van de Minister van Justitie: “ (…) Het plan gaat ervan uit dat een adequate aanpak van seksueel misbruik van en geweld tegen kinderen alleen gewaarborgd wordt indien er voldoende mogelijkheden zijn om vroegtijdig te signaleren en te interveniëren en adequate hulp aan slachtoffers te bieden, kinderen weerbaar te maken, politie en OM op basis van goede wetgeving te kunnen laten optreden en ten slotte effectieve behandelmogelijkheden en –methodieken te scheppen voor zedendelinquenten en deze bij terugkeer in de maatschappij goed te begeleiden. (…) Het Actieplan geeft een overzicht en een beschrijving van de benodigde acties in onderling verband met de doelstellingen, prioriteiten, partners en tijdsplanning. Voor elke activiteit is een departement als trekker aangewezen. (…)
[48] Uit de begroting van het NAPS maart 2000: in 2000 1 miljoen.; in 2001 2,25 miljoen; in 2002 2,15 miljoen; in 2003 ruim 2 miljoen.
[49] RAAK: Reflectie- en Actiegroep Aanpak Kindermishandeling, in 2000 opgericht door prof. dr. A. van Dantzig en mr. dr. J. C. M. Willems onder auspiciën van Defence for Children International, RAAK telt ongeveer 50 vrijwillige leden uit allerlei geledingen en instellingen (wetenschap, opleiding en praktijk) van de samenleving, het RAAK-platform.
[50] Budget voor 2001: ongeveer 3 miljoen gulden
[51] UN CRC/C/15/Add.114, 26-10-99, Committe on the Rights of the Child, 22nd session, Concluding observations, Netherlands.
[52] Uit gesprekken met deskundigen
[53] Een samenvatting van de conclusie is te vinden op www.meldpunt.org
[54] Te lezen op www.meldpunt.org
[55] Voorbeeld hiervan op www.ecpat.net
[56] Richtlijn 2000/31/EG van het Europees Parlement en de Raad van 8-06-2000
[57] Commissie van de EU, COM(2000) 854 en 2001/0025 (CNS)
[58] Zie memorie van toelichting, ad artikel 6.
[59] Artikelen omvatten onder andere: minimum straffen van acht jaar voor misbruik van kinderen onder de tien, bij bijzondere meedogenloosheid, als de opbrengst groot is, of als er een criminele organisatie bij betrokken is; definities, straffen, samenwerking tussen lid-staten.
[60] Momenteel varieert de leeftijdsgrens voor strafbare kinderpornografie in Europa alleen al tussen 14 en 18 jaar!!
[61] Childnet International heeft in ’97 voorgesteld een forum te creëren voor Internet meldpunten. In ’99 is INHOPE ontstaan als Nederlandse stichting, gefinancierd door de EU.
[62] Uit: de conclusie van de meeting van Interpol en ECPAT International in Lyon, 1998, te vinden op www.meldpunt.org
[63] Met als doel preventieve werking wil het NAPS ‘Marietje Kessels projecten’ landelijk introduceren. Dit zijn weerbaarheidstrainingen voor kinderen, waarbij hen geleerd wordt ‘nee’ te zeggen, hulp te vragen, en hun grenzen te stellen.
[64] Zie beleidsplan 2001-2005 van RAAK
[65] Uit: Kinderpornografie en kinderprostitutie in Nederland
[66] Uit: NRC 30-09-2000, M.Croon, Stille samenzwering
[67] Uit: Tine, of de daken waar het leven woont, Nelleke Noordvliet, Rainbowpocket (geciteerd in het beleidplan van RAAK)
[68] Uit: Volkskrant 29-10-99
[69] Deels geciteerd uit RAAK beleidsplan
[70] Inmiddels is in de U.K. een dergelijk platform bezig, en daar is nu inderdaad sprake van een vorm van samenwerking tussen de internetbranche en kinderrechtenorganisaties ('taskforce' - zie eventueel www.homeoffice.gov.uk/cpg/internettask/index.htm).